0800 vertrekken of 0900 vertrekken? “Doe maar 0700” roept René. Uiteindelijk hebben we gekozen voor 0800 vertrekken. Het werd 0930, onze eerste kennismaking met het begrip Mongolische tijd. Als we de stad uit zijn vangen we voor het eerst een glimp op van het grote, uitgestrekte, groene en heuvelachtige Mongolië.
Hobbel, hobbel en klap een iets diepere kuil…. We verruilen het heerlijke, rechte, zachte en rustige asfalt voor modderige zandwegen vol met kuilen en diepe plassen. Pas 16 dagen en 5 uur later zullen we weer van dit geweldige fenomeen genieten.
Als we over de top heen komen is het uitzicht adembenemend, de heuvels zijn verruild voor bergen zover als dat we kunnen kijken. Voor ons ligt het dal met de eindbestemming voor vandaag, een monniken klooster. We vallen met onze neus in de boter. Het is er feest: een jaarlijks Boeddhistische festival is aan de gang! Overal staan gekleurde iglo tenten (deze zijn iets sneller en makkelijker te verplaatsen dan de Ger), Ger’s (witte ronden tenten, waar de Mongoliërs in leven) waar we eten en drinken kunnen kopen, Djengis Khan look a likes galopperen voorbij op hun paarden. Voor ons doemt het enorme klooster (Amarbayasgalant Khiid, jawel, succes met de talencursus…) op waar het een drukte van belang is. Zoda kijkt één van de monniken eens lief aan en hij is bereid om ons een rondleiding te geven, van alle deuren die gesloten zijn heeft hij een sleutel, opent ze voor ons en vertelt het verhaal van iedere tempel, iedere Boeddha en alle bijzondere gebeurtenissen. Tegen de avond kloppen we aan bij een klein houten huisje naast het klooster. De regen en de wind slaan nog steeds om onze oren en we beginnen het toch wel écht koud te krijgen. Tot ons grote genoegen en westerse verbazing wordt er ruimte voor ons gemaakt en vinden ook wij hier allemaal een slaapplaats, de haard knappert, de regen roffelt nog steeds op het dak en wij zijn druk bezig onze eerste Mongoolse worden te leren met iedereen die om ons heen is.
‘s Ochtends word ik wakker van gerommel, gestommel en de geur van rook…. Als ik één oog open, zie ik het oudste, kleinste en kromste vrouwtje ter wereld, ze zit op een klein wit krukje met haar mooie paars met oranje (traditionele) kleding en met haar oude kromme handen (zeg maar gerust gerimpelde kolenschoppen) maakt ze het vuur aan. Zodra het brand kijkt ze tevreden om zich heen, gaat dichter bij het vuur zitten en wacht rustig af op de dag die komen gaat.
Zo zullen we nog heel wat ochtenden wakker worden, de warmte van het vuur dat knappert, vroeg in de morgen aangemaakt door degene waar we te gast zijn…
Na een lange (gemiddeld 7 uur) dag rijden, waarin iedereen zich weleens afvraagt (sommige wat meer dan andere, de één ook wat harder dan de andere) waarom het ook alweer leuk was om in die mini VAN te zitten van links naar rechts en van boven naar beneden gegooid te worden, is er aan het einde altijd iets dat dit doet vergeten! Zoda stapt de VAN weer in en zegt dat het ook hier vol is, zucht… Maar we kunnen in de garage slapen, de garage (????) nou ja, we moeten toch ergens slapen. Eenmaal binnen komen we erachter dat het geen garage is zoals wij die kennen, maar één met kamers, stapelbedden en een openhaard in iedere kamer. Aha! Hier overnachten de Russische truckers als ze op doorreis zijn.
Het Khovsgol lake tegen de Russische/Siberische grens. Wijds uitzicht, dennenbomen, bergen, overal paarden, geiten, schapen en jaks aan het grazen. Het meer is onwijs groot, blauw en koud water, als je er naakt in rent, er moet toch gewassen worden(!) denk je alleen nog maar aan het feit hoe je er uit komt met bevroren ledematen. Schoon in de (warme) Ger aangekomen breekt het onweer los, geen wandeling naar de top vandaag.
René 1.90 meter lang, de gemiddelde Mongoolse man 1.65 meter lang…. Het gemiddelde Mongoolse paard, noemen wij een grote pony in Nederland. Het grootste paard dat er gevonden kan worden is helaas niet voor René, maar voor Chad. Die is weliswaar 25 centimeter korter dan René maar zeker 15 kilo zwaarder. Arm paard. Arme René. Na een tijdje zijn de paarden verdeeld en zijn we gereed om te gaan. Oftewel, wíj zijn gereed, het paard van René vindt van niet Als ik achterom kijk, zie ik het om hulp vragende gezicht van René. Als een echte Mongoolse krijger keer ik mijn paard, galoppeer terug en pak het extra touw dat aan het hoofdstel hangt. Ik geef mijn paard weer de sporen en met het paard van René achter me aan probeer ik de rest van de groep weer in te halen (dit tot zeer groot genoegen van de locale bevolking). De rit naar de top voert ons over heuvels begroeit met wilde bloemen, dicht bebost woud en steile stukken. Eenmaal op de top is het uitzicht adembenemend. Na de billen wat rust gegund te hebben is het tijd voor de weg terug. Na een hele koude nacht worden we wakker en zijn de bergen wit, WIT!! Het heeft gesneeuwd… Tijd om onze reis te vervolgen richting het White lake. De mooiste verhalen doen de ronde in de bus waarom het toch het White lake heet. Parelwitte stranden om het meer heen, omgeven door groene bergen vol met grazende paarden. Daar achter de horizon doemt het dan eindelijk op! Het White lake!
Het water is grijs, het waait zo hard dat de schuimkoppen op het water staan, de bergen zijn hoog en rotsachtig, sommige nog bedekt met sneeuw. Waar zijn die witte strandjes??? Waar is de zon??? Zoda en Toga komen niet meer bij van het lachen, Het wordt zo genoemd omdat het 9 maanden per jaar bedekt is onder een dikke laag ijs en sneeuw. WIE.. Heeft dat geweldige sprookje de wereld in geholpen! We worden begroet door de familie die het Ger- kamp (5 tenten) runnen, met heerlijk zelfgebakken zoet suikerbrood en milktea, deze milktea bestaat uit zwarte thee met jakmelk en wordt overal bij geserveerd. Nu snap ik dat je de behoefte voelt om het te proeven en je even in Mongolië te wanen, maar dat niet iedere kinderboerderij in Nederland een jak heeft staan begrijp ik ook. De oplossing: maak thee, laat het zakje er lang in hangen, gooi er melk bij totdat het ook de kleur van melk heeft. Om het af te maken gooi je er een eetlepel zout bij. Drink het gewoon iedere dag en je went aan de smaak, je gaat het zelfs lekker vinden!
Gedurende een dag trekken zoveel verschillende landschappen aan je voorbij (licht groen, donker groen er tussen in groen…). Groene heuvels afgewisseld met rotsachtige bergen. Valleien waar een beekje doorheen stroomt en de dieren staan te grazen in de schaduw van de bomen. Dit alles af en toe onderbroken door een enkele Ger, met een zonnecollector of een schotel. De mannen, in de mooiste gekleurde traditionele kleding blijven voorbij galopperen op hun paarden. Gezinnen komen voorbij op hun motoguzi, vader voorop, moeder achterop en maximaal twee kinderen er tussen in. Honderden jaks, geiten, schapen en paarden staan te grazen. Aan het einde van de dag bij elkaar gedreven door de rechtmatige eigenaar om bij de Ger de nacht door te brengen. De volgende dag weer gezamenlijk de bergen in gaand opzoek naar het groenste gras. Dan ineens in de middel of nowhere doemt er een dorp op, zonder enige reden om daar als dorp te zijn. Geen water in de buurt, geen belangrijk “kruispunt”, tussen hoge bergen en twee dagen rijden van het vorige dorpje. Waarom daar? Wat doen deze mensen om eten te kunnen kopen? Waar halen ze het vandaan? “ Ze hebben hun vee, een kleine winkel en ruilen wat ”, antwoord Zoda. The way of life in Mongolië.
Tijd om weer eens een dag op een paard te stappen en te genieten van hetgeen de natuur Mongolië 7000 jaar geleden met geweld gegeven heeft. Met de paarden door de bergen heen, rivier overstekend naar de top van de vulkaan. René begint er echt plezier in te krijgen… het enige wat we horen is choe, choe, choe.. (Mongools voor sneller, reageren de paarden op). Óf René spreekt het niet goed uit, óf dat paard begrijpt ook geen Mongools, er gebeurde vrij weinig… Eerlijkheid gebied te zeggen dat wel degelijk als échte krijgers door de bergen gegaloppeerd hebben en René voorop (als we dan eenmaal gingen dan deed René zijn paard graag wedstrijdje, die taal spreken ze dan wel weer samen).
Het begint aardig te stinken in die VAN. Allereerst kijken we onder de banken van wie die schoenen zijn, om er vervolgens achter te komen dat we het toch écht zelf zijn. Tijd voor een douche, op naar de Hot Springs. Waar heel veel warm water op ons wacht… heerlijk!!!! En nog een klein extra’tje voor René en Joyce, niet genoeg slaapplaatsen, wij offeren ons wel op om in die twee- persoons Ger te slapen!! Langzaam beginnen we aan al die luxe van dat stromende water te wennen, alleen was het de dag erop héél koud. Een waterval met een meer in de kloof, ontstaan door een aardbeving 4000 jaar geleden. Zeg maar gerust een klein paradijsje.
Genoeg weer van al die luxe, op naar de Gobi woestijn in het zuiden van Mongolië.