Maleisië, Jungle en Thee
15 nov. 2010
🇲🇾
vanuit Maleisië
Buiten is het grijs, de regen komt met bakken uit de hemel, al twee dagen en we genieten ervan!! Haha.. Gisteren was het zondag, zolang René niet betaald wordt om door de regen te lopen, wordt er ook niet door de regen gelopen, oftewel na een korte wandeling in de looppas terug naar onze kamer. Waar we de hele dag een serie, genaamd Dexter, hebben liggen kijken en tegen de avond chinees hebben gehaald. Dé perfecte zondag, zou ik zo zeggen. Na de Taman Negara jungle zijn we nu in de Cameron Highlands, deze regio staat bekend om zijn agrarische sector. Bloemen, groenten, aardbeien en thee worden hier verbouwd voor de export. Vanochtend zijn we naar een thee plantage geweest, ik denk dat ik mensen teleur ga stellen, maar er bestaan maar 3 soorten thee. De uitzichten op de plantages zijn schitterend, de zon die de kleuren versterkt en al het werk op de plantages belicht. Onze gids vertelt tot in ieder detail hoe de thee gemaakt wordt en de blaadjes geplukt…Respect voor de thee plukkers, deze mensen wonen op de plantages, werken 7 dagen in de week, als ze geluk hebben verdienen ze 1 euro per dag, blijven lachen, sturen het geld naar hun gezin en hopen ze na een paar jaar weer een keer te zien… Hoeveel kostte een doosje thee ook alweer in Nederlamd?! Fair Trade it is!
Na een paar dagen relaxen, in het zwembad hangen en niets doen werd het echt tijd om Lia, Wil en de meiden een dikke knuffel te geven en ons weer als reizigers te gaan gedragen. On the road again… De eerste bestemming is de Taman Negara jungle. De eerst volgende jungle training, waar nog een plek vrij is, moet René maar voor in schrijven! Zodra we in ons hutje, aan de rand van de jungle, aan komen, gaat René op pad om te kijken voor een lange jungle trek. “Één hooguit twee nachten“, roep ik nog.
Dicht achter René lopend schrik ik me helemaal kapot als er een dode tak naar beneden valt. Zodra we langer dan 4 seconden stil staan worden we gelijk belaagd door de bloedzuigers, met de broek in onze sokken en ons t-shirt in onze onderbroeken, sluipen we verder. Geen mens te bekennen (dieren ook niet heel veel). Ieder geluid en bewegende tak wordt nader onderzocht door René en bezorgt mij een hogere hartslag. Wanneer was de laatste tijger ook alweer gespot?? Die grote spinnen, zijn die alleen ‘s nachts actief?? Als mijn broek rood begint te kleuren weet ik dat er weer een bloedzuiger door de barricade van mijn sok heen is gebroken. Ik geloof niet dat ik voor de jungle gemaakt ben, doe mij maar de bergen! Aangekomen in onze hut, onder de koude douche, ben ik heel blij met het regenseizoen…Het begint tegen de avond te stromen van de regen en te onweren, tegen de ochtend wordt het droog en uiteindelijk benauwd. Er is geen guide te vinden die met dit weer in een tent gaat slapen, GELUKKIG!!!
We zijn nu over de helft en we moeten eerlijk toegeven dat we Nederland niet missen. Natuurlijk de vrienden, de familie, af en toe gezellig eten of een wijntje drinken. Maar om eerlijk te zijn houdt het voor ons daar wel een beetje op. Hoe we er nu tegen aan kijken willen we voorlopig nog niet terug!! Het reizen brengt zoveel meer mooie dingen met zich mee dan alleen de verhalen die jullie lezen en de foto´s die we laten zien. We hebben de afgelopen maanden zoveel gelukkige en tevreden mensen om ons heen gezien, in welke omstandigheden ze ook leven, hoe zwaar het soms ook voor ze is. Dit heeft onze kijk op ´thuis`, Nederland, veranderd.
Het is onwijs heerlijk om zo vrij als een vogel te leven! Te gaan en te staan waar we willen. Soms schaam ik me weleens tegenover de locale bevolking, aan de andere kant we zien ook dat ze er beter van worden. Ons motto eat local, buy local. De lokale mensen willen allemaal hun engels met je oefenen, weten hoe jou land eruit ziet, het verbreedt ook hun horizon.
Ook is het heerlijk om samen op pad te zijn. Je leert elkaar en jezelf écht kennen. Alle externe ruis van thuis (werk, huishouden, boodschappen doen, problemen op het werk, met vrienden of familie) heb je hier niet. Alles wat je doet en waarom, dat ben jij zelf.
Dus.. 6 maanden is nu al te kort!!! We willen nog zoveel doen, zien en beleven. Maar beseffen ook dat alles niet nu kan. We hebben nog ons hele leven om de wereld te ontdekken en te zien. Eerst maar verder genieten van de komende 2,5 maanden. En ja, ook wij begrijpen dat er ooit weer gewerkt moet worden. (Jammer genoeg!)
Nepal
08 nov. 2010
🇳🇵
vanuit Nepal
Op dit moment zit ik op een heerlijke lounge stoel, schuin voor me hangt een hangmat en strekt het blauwe zwembad zich uit, de luchtbedden licht dobberend in de wind. We zijn in Kuala Lumpur, bij Lia (vriendin van mijn moeder), Wil en de kinderen in huis. Wat een geweldig lieve, gezellige en gastvrije mensen! We blijven nog een paar dagen! Even de tijd om te bedenken wat we met de komende maanden willen en vooral terug kijken op de afgelopen fantastische drie weken met de familie.
Nepal
Ze zijn er!!! Pa, Ma, Bart en Larissa, ja, het is weer lekker druk! We hebben ons rustige, chill en lounge resort ingeruild voor het drukke, kleurrijke, naar wierook ruikende, honderden shopjes met sjalen en shangri-la muziek, Kathmandu.
Na ons weerzien is het de volgende dag gelijk tijd om in de bus te stappen naar Bandipur. Waar we de eerste geweldige uitzichten op de Himalya hebben, door oude gezellige dorpjes slenteren en kennis maken met de warmte in Nepal, tijdens de eerste wandeling.
Mijn vader wordt helemaal enthousiast als we in Pokhara aan komen, we moeten links en rechts tegelijk kijken en ook roept hij nog wat er voor ons gebeurt. Een gezellige, drukke stad aan de rand van een meer, omgeven door de Himalaya, er lopen waterbuffels over de straten, fietsers, scooters en motoren rijden kris kras door elkaar heen en het levensmotto is toeteren, heel veel en met de meest uiteen lopende melodieën. We dobberen een dagje op het meer, zwemmen, lezen en maken ons klaar voor de trekking. 6 dagen door het Annapurna gebergte heen.
De eerste dag lopen we door het groen, langs de rivier met grote en kleine watervallen en door dorpjes. Als ik achter me een hoop lawaai hoor, heb ik nog net tijd om opzij te springen, voordat een kudde muildieren me van de berg af loopt. Tijdens het ondergaan van de zon hebben we nog net even zicht op de uitdaging voor morgen…
3700 traptreden, in de brandende zon, de berg op. Petje af ouwetjes! De volgende dag gaan we ons bed uit, als de maan nog hoog aan de hemel staat, we maken ons klaar voor de zonsopkomst op Poon Hill, wat een uitzicht op de Himalayarange! (jammer van al die andere 300 mensen…). De nacht brengen we door in een klein theehuis, het geweldige uitzicht blijft. Als ik ‘s nachts terug van de W.C loop heb ik de neiging om de hele familie wakker te maken. De besneeuwde toppen geven licht en worden omgeven door duizenden sterren. Wat een wereldmoment. De twee dagen daarna zijn we steeds meer aan het dalen, de besneeuwde toppen maken plaats voor de warmte, groene bergen met meters hoge watervallen, bergdorpjes en rijstvelden.
Na de trek terug naar Pokhara, waar mijn moeder, Bart en Larissa gaan paragliden. Larissa krijgt het overgeven op grote hoogte goed onder de knie en mijn moeder komt erachter hoe meer stunten met dat ding, hoe geweldiger ze het vindt. René en ik gaan ’s ochtends vroeg naar het vliegveld om in een ultralight vliegtuigje te stappen. GEWELDIG!! We vliegen over Pokhara naar de Himalayarange, zo dicht bij de toppen van de bergen. Het uitzicht is echt GEWELDG!!
De geboorteplaats van Lord Buddha ligt helemaal in het zuiden tegen de Indiase grens aan, Lumbini. We slenteren rond en gaan op in het verhaal over waar de eerste Boeddha geboren is.
Als we richting het nationale park Chitwan rijden moeten we allemaal even wennen aan het feit dat er helemaal geen bergen meer om ons heen zijn en de aarde hier net zo plat is als in Nederland. Aan de rand van de jungle staat een geweldige lodge, ‘S avonds gaan de fakkels aan en bij een heerlijk glas wijn fantaseren we over de tijgers die we morgen gaan zien, tijdens onze wandeltocht door de jungle. Volgens mij is niet iedereen er zo op gebrand om morgen erg veel wild tegen te komen…. De volgende morgen stappen we vroeg in een houten kano en drijven de rivier af steeds verder de jungle in. De rivier is bedekt met een mistlaag waar af en toe de zon doorheen komt. Terwijl de mist langzaam optrekt, ontwaakt, om ons heen, de jungle. De krokodillen worden groter en vogels verschijnen in alle kleuren en maten. Als het tijd is om uit onze drijvende veiligheid te stappen, kijken we elkaar aan, iemand moet toch de eerste zijn. Als Larissa op de kant staat vraagt ze of die krokodil, 5 meter bij ons vandaan, vlees eet of vegetarisch is. Welkom in de jungle! Na de “veiligheidsbriefing”, van onze gids, weet ik zeker dat er (minimaal) één persoon is die zich afvraagt wat ze hier doet. De tijgers zijn, als ze geen honger hebben, banger voor ons, dan wij voor hen. Gewoon blijven staan en wachten tot hij weg is, check! Bij een neushoorn moet je in de boom klimmen, als dat niet lukt, om de boom heen blijven draaien zodat hij je niet kan pakken, check! Een beer, dicht bij elkaar staan en veel herrie maken, check! Luipaard, gaan we echt niet zien, check! Omhoog blijven kijken voor de slangen, check! Na een paar uur lopen hebben we twee neushoorns gespot, een leguaan en heeft Laar een bloedzuiger op d’r been. De volgende ochtend, vanaf de rug van een olifant, zien we twee neushoorns, veel apen en de ontwakende, steeds lichter wordende jungle om ons heen.
Terug in Kathmandu besluiten we om nog twee dagen de bergen in te gaan, in de Kathmandu vallei. Na een (hele) zware wandeling komen we aan in Nagarkot, weer hebben we een geweldig uitzicht op de bergen, alleen nu heel veel honderden kilometers bij ons vandaan.
Het oude Bakthapur is onze laatste bestemming, op een dakterras kijken we over deze prachtige stad uit. Kleine steegjes, overal is leven en zijn er kleuren en geuren. De tempels en gebouwen staan op de World Heritage lijst en doen dit eer aan.
Onze laatste avond in Kathmandu is het begin van het lichtfeest. Om ons heen kijkend hebben we het gevoel dat het kerst is, alles is versierd met lampjes en branden er kaarsen. De “Happy 2011” vlaggen vertellen dat het (bijna) oud en nieuw is en groepen kinderen gaan zingend langs de winkels voor snoep en geld, Sint maarten doen ze er ook gelijk maar bij. De wijn vloeit rijkelijk tijdens onze steeds luidruchtiger wordende gesprekken, wat gaan we dit weer missen!
Aan al het goede komt een einde. Wij gaan allemaal nog een tijdje verder reizen en Carla en Leo zijn ondertussen weer thuis. Terug kijkend op drie fantastische weken met elkaar! Nepal heeft een geweldig mooie natuur, cultuur en hele vriendelijke mensen.
We hebben hele mooie dingen gezien, gedaan, het heel erg gezellig gehad, kortom: Enorm genoten!! Zoals wij (de kinderen) het beschrijven, dit was onze vakantie in het reizen.
En o ja: onze vlucht naar Kuala Lumpur??? Dat feestje houden jullie van ons tegoed
Tibet
27 okt. 2010
🇨🇳
vanuit China
Nog even en dan zal de trein zijn hoogste pas passeren. Iedereen staat voor de ramen te kijken naar een indrukwekkend landschap. We kunnen er niet over uit dat hier mensen wonen, nomaden, op 5200 meter boven de zeespiegel. Waarschijnlijk ziet de maan er ook zo uit. Als ik naast me kijk zit daar een jonge Chinese man met een zuurstof masker op, aangesloten op het zuurstofsysteem van de trein. Mmm… we blijven gewoon rustig staan en doorademen. Onze Hollandse nuchterheid zegt dat het allemaal zo´n vaart niet zal lopen….
Tibet is ver uit de meest indrukwekkende reiservaring van ons allebei tot nu toe. Tibet is het land van de Dalai Lama. Tibet is het land van (witte) hoge bergen, waarbij de Alpen verkeersdrempels lijken. Tibet is het land van tempels, mooier en vooral authentieker dan we in China en Mongolië gezien hebben. Tibet is het land van yak’s, yak-melk, yak-water (zo smaakt en ruikt het: yak!!!!), yak-vlees, yak-stront (voor in de kachels). Tibet is het dak van de wereld. En vooral: Tibet is het land van het meest vriendelijke, eigenzinnige, mooie en gastvrije volk dat we ooit meegemaakt hebben. En de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het ons aan het hart gaat dat hier een complete cultuur, door toedoen van de Chinese regering, verwoest wordt. Langzaam maar zeker komen er steeds meer Chinezen, die langzaam aan de Chinese cultuur vermengen met de Tibetaanse. Of zeg maar gerust: vervangen. In onze ogen zijn de Tibetanen een totaal ander volk en hoort dit land, of past dit land, absoluut niet bij China. Het volk denkt er ook op deze manier over maar staat machteloos. Nu begrijpen wij waarom er maar heel weinig toeristen het land in mogen en de Tibetanen er niet uit.
Tibet is ook het land van koppijn zoals we die nog maar zelden gevoeld hebben (en dat komt niet door het bier). Zielig in je slaapzakje zitten en je afvragen of je, je ooit zo slecht gevoeld heb.
Gamden monastry to Samye monastry trek
Dagen: 5
Moeilijkheidsgraad: zwaar
Hoogte: 4100 tot 5700 meter
Weer: KOUD!
Slapen (of niet): tent (op de grond… lekke matjes….)
Ondersteuning: Yak’s, kok en gids
Personen: 4
Na een wat moeizame start stappen we eindelijk in onze overvolle mini VAN de bergen in. Na een tour door het klooster zoeken we een spot uit om de tent op te zetten, natuurlijk eentje met zicht over de hele vallei, het begint geweldig!!! Tijd voor onze eerste (acclimatisatie) tocht naar de top. Tegen de avond heeft de kok een heerlijk maaltje gekookt en worden we omringd door duizenden sterren. We voelen ons letterlijk alleen op de wereld. Als de zon de eerste kou laat verdwijnen is het pas tijd om uit de tent te komen, naar de beek te gaan en ons klaar te maken voor een lange dag. Als we zitten te ontbijten komt een vrolijk zingende vent de berg over met 3 Yak’s voor zich uit. Het vervoer voor de rugzakken, tenten, kookspullen en het eten. Na de eerste klim zijn we het erover eens dat de Yak’s nu al onze helden zijn. De dag brengt ons door dorpen, heel veel weidse groene natuur en op geweldige uitkijkpunten. Tegen de avond is het tijd om ons kamp op te slaan en de eerste zieke is een feit. Ik! Hoogteziekte, zolang je hoofd er niet afvalt komt het wel goed, volgens de gids… Wat een drama! Uiteindelijk toch in slaap gevallen en de volgende ochtend nergens meer last van. Als we de tent open doen weten we niet wat we zien, niets!!! We zijn helemaal omgeven door wolken en SNEEUW!!! Alles is wit! Na de eerste vreugde en gegooide sneeuwballen, René naar ons (1 tegen 5), hij blijft toch een stoertje, moet er serieus overlegd worden. We gaan vandaag de pas over, maar met dit weer is dat veel te gevaarlijk. Teruggaan is voor ons allemaal geen optie, aangezien we alle tijd van de wereld hebben besluiten we om te wachten. Als het tegen de middag open trekt kunnen we aan de zware klim naar 5500 meter beginnen. De zon gaat pas tegen 20.00 uur onder, wat ons genoeg tijd geeft om de 9 uur lange tocht te volbrengen. Als ik René moet geloven dan is er niets mooiers dan op 5200 meter, zo ziek als een hond, je tent uit te moeten om te plassen, de sneeuw en de wind om je oren te voelen slaan en je dan te realiseren dat je leeft, dat dit het mooiste is wat je ooit gedaan heb. De volgende ochtend staan we, met alle kleren aan die we bij ons hebben, met een mok warme thee, om ons heen te kijken. De lucht is helemaal blauw en het landschap is wit. Vandaag lopen we de hele dag door een winter wonderland, de zon in ons gezicht op naar de 5700 meter. De kok blijft ons verassen, onder de top, met uitzicht over het meer, dat aan het einde van de wereld af lijkt te vallen, eten we de lekkerste pasta salade ooit. Als we lager komen staan daar ineens weer bomen, is er kleur om ons heen en lijkt het wel of het in een paar dagen herfst geworden is. We moeten de rivier een aantal keer over en niet iedere keer zonder natte voeten. Als we een nomaden dorp (tenten) passeren komt iedereen naar buiten om ons gedag te zeggen en verder te zwaaien. De vrouwen hebben mooie gekleurde klederdracht aan en gekleurde sjaals om hun hoofd (René is blij dat hier geen shopjes zijn…). De mannen zijn in de bergen met de Yak’s. Ik voel diep respect voor deze mensen. Op deze hoogte te (over)leven. (we zijn nog steeds boven de 4100 meter). Misschien is het wel de eenvoud die deze mensen zo gelukkig maakt, want dit is daadwerkelijk wat ze allemaal uitstralen, geluk. De laatste avond worden we verwend met een enorm feestmaal bij het kampvuur. Op deze plek komen 3 trekkingen bij elkaar en hebben we een hele gezellige avond. De locale mannen vertellen openhartig hun verhalen….. (stilte…)
Deze ochtend worden we weer wakker van de warmte van de zon. Het is tijd voor de laatste paar uurtjes wandelen. In de verte zien we dat er een soort van trekker vast zit in de rivier, behulpzaam als we zijn helpen we om ‘m uit het water te krijgen. Maar goed ook, als een uurtje later blijkt dat dit ons vervoer naar het Samye Monastry blijkt te zijn.
Na de trek begint de reis over de Friendship Highway richting Nepal. Heerlijk om weer in een fatsoenlijk bed te liggen en niet op de grond en je gewoon staand aan en uit te kunnen kleden. Na 2 dagen reizen komen we aan bij Qomolangma, het nationale park waar de Mount Everest zich bevindt. Onze gids is geboren en getogen in een dorpje in de regio. En dat betekent: op visite. We worden volgestopt met yak butter tea (heeft niks met thee te maken: yak-boter (branden ze ook de kaarsen op), zout, en heet water…), het lokale voedsel (stamppot is zo slecht nog niet), en ook: lokaal gebrouwen bier. En denk maar niet dat je wegkomt met een bakje, bekertje, of schaaltje. Voor wat betreft het, lokaal gebrouwen, bier heeft René zich met zorg van zijn taak als gast gekweten. Pas toen de tweede literfles open dreigde te gaan, maakt beleefdheid plaats voor een moeilijk maar moedig besluit: “Geen bier meer, we gaan! Op naar de Mount Everest!”. Tegen het vallen van de avond, ja, dus ook met het ondergaan van de zon, zie je dan ineens de Mt. Everest voor je opdoemen. Daar wordt het dan toch wel stil van, in de auto. Het besef dat het hoogste punt op aarde is, toch voldoende om bij stil te staan, foto’s te nemen en te genieten van het uitzicht. Morgen lopen we de laatste kilometers naar het base camp, eerst heerlijk slapen in één van de Tibetaanse tenten, waar we prima verzorgd worden door de familie. De kachel brand hier op Yak strond, de geur is niet te harden maar we kunnen ons geluk weer niet op!
Noot van René:
Tot slot: Tibet (en dan met name Everest Basecamp) is de thuishaven van de ranzigste WC die we ooit zagen. Gat in de grond met een paar planken, prima (doen we al maanden), maar niet fatsoenlijk kunnen hurken omdat je anders op de Mount Everest (zonder witte piek) van je voorganger gaat zitten, nee, da’s toch ‘een piek te hoog’…
Everest Base Camp is ons laatste station op de weg naar Nepal, mijn ouders, mijn broer en Laar. De laatste nacht slapen we in het, niet bijzonder aantrekkelijke, Zhangmu, eten we voor de laatste keer met elkaar (het reisgezelschap) en praten we onze ervaringen, onder het genot van een biertje, nog eens door. ‘S ochtends moeten we ons, lopend, een weg langs de honderden wachtende vrachtwagens werken, om de grens met Nepal over te mogen steken. Door de Chinese douane, langs de immigratiedienst, met de lonely planet van China/Tibet verstopt onder onze kleren (op aanraden van de gids, als we ‘m niet willen inleveren) en dan, de Friendship Bridge op. De brug over een rivier die de grens vormt tussen China en Nepal. Halverwege de brug staat een rode streep, met twee Chinese militairen erbij. Nog één keer “Zadjen” naar de Chinese militairen, de streep over stappen, ét viola, we zijn in Nepal: NAMASTÉ!!!!!!
Laatste verhalen over China, Zadjen China
28 sep. 2010
🇨🇳
vanuit China
Guilin
Als we de trein uitstappen voelen we gelijk dat het een hele warme dag geweest is. De lucht is vochtig en binnen 3 minuten zitten de rugzakken vacuüm tegen ons lichaam aan. Het is maar 15 minuten lopen naar het hostel, dat gaan we redden. Net over de brug aan het water ligt het hostel. De brug, de bomen en de rivier, alles is verlicht. Tijd voor een biertje op het terras! Als we daar zitten vervagen alle geluiden van de stad, af en toe dobbert er een vissersbootje voorbij, genieten!!
De Dragon Rice Terraces. Rijstvelden, als terrassen tegen heuvels aan gebouwd. Niet met een georganiseerde reis, maar met openbaar vervoer. En dat hebben we geweten. Al op de eerste bus stop worden we opgepikt door een vrouwtje van een van de hostels in het gebied waar we naartoe willen (niet zo moeilijk trouwens, echt lekker anoniem zijn we hier niet…). René neemt voor de handigheid een kaartje aan met gegevens van het hostel: FOUT!!!!!! Moeders denkt beet te hebben, en wijkt niet meer van onze zijde, tot we bij het gebeid zijn. AL een aantal keer hebben we haar vrij duidelijk gemaakt dat we MISSCHIEN nog wel komen, mar dat ze vooral nu WEG MOET GAAN. Heel gek, maar ineens me no speak English. Omdat we er helemaal klaar mee zijn, besluiten we via de kortst mogelijke omweg onze wandeling te maken, om maar niet door haar dorp te hoeven lopen. En ja hoor, dat werkt. Na een beteuterd gezicht te hebben getrokken (we zijn diep, diep ontroerd), en wat gescheld in het Chinees (rot voor je, staat niet in mijn woordenboek) beginnen we onze wandeling.
Om na 5 uur lopen, tegen het invallen van de duisternis aan, bezweet, moe, smerig maar voldaan, in het dorp van onze bestemming aan te komen. De nacht doorgebracht in een fantastisch, o zo simpel hotel boven op een berg. Heerlijk geslapen in de berglucht. De volgende ochtend de zon zien opkomen boven de rijstterrassen, de zonnestralen die reflecteren in het water en de geur van rijst.. Honger!!
Na een dag lopen door de rijstterrassen, bergen, de mooiste uitzichten, bamboe en oude dorpjes zijn we weer in de bewoonde wereld.
Even een leuk stukje ‘couleur locale‘: als wij hier gaan eten, eten we (natuurlijk) met stokjes en ik moet eerlijk zeggen, we worden er handig in. Maar ook de Chinezen zijn open-minded, dus willen ze westerse gerechten eten, biefstuk, pasta of friet. Dat doen ze dan niet met stokjes (probeer maar eens een biefstuk op te pakken met stokjes…), maar heel westers, netjes met mes en vork. Op zich niet wereldschokkend, maar iedereen die met stokjes heeft (geprobeerd) gegeten, weet dat je, als het niet lukt, toch weer vervalt in oude gewoontjes. Je gebruikt ze gewoon als mes en vork. Wat overigens nog enigszins lukt ook. Een chinees die zijn mes en vork als stokjes gebruikt en steeds bozer wordt als het niet lukt, is een vermakelijke avond voor ons (westerlingen).
De volgende ochtend is vroeg dag, we worden opgehaald om met een bamboe vlot de rivier af te varen naar Yangshuo. Alleen maar stilte…. Water…. Bergen …. Bamboe….
Yangshuo
Het is heet, benauwd, toeristisch en druk. Maar de omgeving is geweldig! We ontdekken de omgeving op de fiets. Fietsen langs de rivier, door dicht bamboe bos, bij de chinezen over het erf (als we de weg kwijt zijn), door de landerijen, waar veel chinezen aan het werk zijn, maar even ophouden en komen kijken als we langs fietsen en als we groeten (in het chinees) verschijnt er een grote glimlach en roepen ze wat terug. Eindelijk, eindelijk vinden we het landelijke China en ongerepte China. En wat is dat mooi! ‘The pictures paints a thousand words‘.
Buddha zij dank voor doornstruiken.. Nog 16 km te gaan, lekke band. Gelukkig zijn we vlakbij een dorp, alleen een fietsenmaker of een nieuwe binnenband wordt toch lastig. Uhhh…. Bamboe vlot dan maar, nog mooier dan de eerste tocht!!!
Met gemende gevoelens beginnen we te beseffen dat de tijd, in China, gaat dringen… (ja, je leest het goed!) We hebben een date in Kathmandu met de familie Philippa. We laten zuid-west China voor wat het is en pakken het vliegtuig naar Chendu. Vanuit hier moeten de Permits en aanvragen gedaan worden om Tibet in te mogen. Na een aantal dagen regelen en uitzoeken kunnen de aanvragen de deur uit en heeft het voor ons geen zin om in Chengdu te gaan zitten wachten. De Berg Emei (3100) lonkt naar ons…..
Mt. Emei (en René de held, o.k mijn held…)
Hoe René een Chinese held werd. Wij vinden dat iedere Chinees die deze berg op wil, om de meest indrukkwekkende Boeddha die we tot nu toe gezien hebben (50 meter hoog, genaamd de Golden Summit), te aanschouwen en te eren, dit te voet moet doen. Een soort bedevaart zullen we maar zeggen.
De eerste dag lopen we door de mist, nevel en bamboe bos. Af en toe doemt er een monnik voor ons op, zelf aan de wandel of hij hoort bij het klooster wat een stukje verderop staat. In ieder klooster worden we vriendelijk begroet, mogen we rondkijken, kunnen we even opwarmen of wat te eten krijgen. Aan het einde van de middag vullen apen dit geweldige plaatje aan. Dit is waar René mijn held werd en we begrepen waarom we bamboe stokken mee moesten nemen. De apen staan bekend als “the gardians of the mt. Emei” en dat doen ze goed. Ze gaan midden op het pad zitten en laten hun tanden zien als je er langs wil. Ik persoonlijk vind die tanden en de behendigheid van die apen niet echt een succes en eerlijkheid gebied te zeggen dat de grootste uitvoeringen mijn hartslag toch iets omhoog lieten gaan, maar we moeten toch naar boven. René zwaaiend met zijn stok in de ene hand ik aan de andere (René als buffer tussen mij en de apen) in de looppas naar boven. Gered! Zou je denken (maar René moet die held nog worden)… Na een hele tijd geen aap meer gezien te hebben is het tijd voor wat eten. Regenjas uit, rugzak af, camera naast me op de grond, eten uit de tas… Springen er twee grote mannetjes van de berg af voor ons op de grond. AHHHH!!!!! Ik verstand uit, spullen laten liggen en een veilig heenkomen zoeken (achter René), René pakt allebei de stokken, gooit mij tussendoor de rugzak aan, op het moment dat hij de camera pakt doet één van die apen een uitval (GROTE TANDEN) slaat die aap van zich af, hangt de camera om, blijft met die stokken zwaaien en op de grond om hem heen slaan, pakt mijn jas en verplaatst achteruit, al zwaaiend met die stokken, mijn richting op. Gelukkig hebben die apen door dat er niets te halen valt (ja.. Broodje had René nog steeds in zijn mond) en nemen de benen. Tot mijn grote opluchting!!!
Tegen de avond vragen we naar een slaapplaats in een klooster en krijgen een oude monniken kamer. Aan de rand van het klooster, een kamertje “hangend” aan het klooster, zwevend boven de bamboe toppen. Twee bedden en een kan heet water, we zijn gelukkig! Nadat de gong drie maal geklonken heeft, horen we het biddende gezang van de monniken, overal ruikt het naar wierook en branden er kaarsen.
De volgende dag is het tijd voor teambuilding…. Het regent, gaat nog harder regen en het blijft heel hard regenen. De wind is koud, het zicht is nul, de klimmen worden zwaarder en René en Joyce blijven er plezier in hebben. Aan het einde van de dag worden we beloond op de top, met nog steeds regen, wind, geen uitzicht, echt té koud om buiten te zijn én met een hele warme douche en een heerlijk zacht bed! Teambuilding geslaagd.
De volgende ochtend is het weer wat beter, hebben we een beetje uitzicht, maar kunnen de Boeddha perfect zien. De hoogte begint parten te spelen en we besluiten om naar beneden te gaan. Op de Chinese manier, met de bus, over de asfalt weg, die 500 meter onder de top, aan de andere kant van de berg is aangelegd.
Over een paar uur stappen we in de trein naar Lhasa. We trekken twee weken door Tibet en gaan uiteindelijk daar de grens over naar Nepal. Waar we (een beetje) huiverig voor zijn is de hoogte, in het slechtste geval hebben we medicijnen bij ons. De tijd gaat het leren!
In het Chinees XIEXIE (bedankt)!!!
Voor al jullie leuke reacties en verhalen over thuis. We vinden het echt heel leuk om te lezen hoe het bij jullie allemaal gaat!!!!
We hopen dat alle vakanties top geweest zijn, dat alle nieuwe kleine mensjes op deze wereld het goed maken, dat de mama's wat minder moe zijn, dat alle toekomstige mama's zich goed voelen en de nesteldrang begonnen is en dat de (bijna) papa's goed voor de bijna of nieuwe mama's zorgen en zolang we niet gemist worden op het werk vragen we minimaal 4 maanden bij!!
Suzhou en Hangzhou
10 sep. 2010
🇨🇳
vanuit China
Suzhou
Venetie van China…
Daar zitten we dan, op het station, aan het proberen hoe we het lekkerste kunnen liggen op die stoelen. Hopend dat we de komende uren een oog dicht doen. De kaartjes die we gekocht hebben, voor de nachttrein, zijn hier namelijk niet geldig… Overigens wel 600 kilometer verder op, waar een plaats met dezelfde naam is.
Na twee dagen rond gedwaald te hebben, door eeuwenoude tuinen en kleine smalle straatjes. Allemaal geflankeerd door water, bruggetjes en veel bamboe, is het tijd om verder te reizen. Maar voordat we naar het station gaan moet er eerst nog een boottocht gemaakt worden! (volgens de Lonely planet). Het begint al wat schemerig te worden. Rode lantaarns gaan overal aan en de bruggen zijn verlicht. Na een dik uur lopen zijn we dan eindelijk bij de opstapplaats, tenminste ik neem aan dat die er ooit geweest is….
Hangzhou
De tuin van China……
Druk, druk, druk, druk, druk, druk.
Hebben die Chinezen zelf geen tuin? Zo aardig en behulpzaam als de local chinezen zijn, zo gek worden we van de toeristen Chinezen. Rennen letterlijk, veel geluid en foto’s makend, van de ene bezienswaardigheid naar de andere. We zijn er klaar mee, vandaag besteed aan het ‘her- plannen” van de reis, trefwoord: toerist Chinees vrij.
Hangzhou ligt gedeeltelijk tussen de bergen in en heeft een prachtig meer met wat eilandjes. Alleen 100 duizend bootjes met gillende chinezen. Morgen een wandeling maken (als toeristen Chinezen ergens niet met de bus kunnen komen dan haken ze af, aha! Dat biedt perspectief) naar de top van één van de bergen. Genieten van het uitzicht en de rust…….. Nu maar hopen dat er niet zonder dat we dat weten ook een asfaltweg naar die top toegaat…
Beijing & Shanghai
07 sep. 2010
🇨🇳
vanuit China
Nou, maak jullie maar op voor een verhaal op het niveau 6-, want René moet, als rasechte bureauhengst, toch ook z’n typevaardigheden op peil houden, niewaar?
Beijing…. Wát een stad!!!! Leeft dag en nacht, en er is zoveel te zien, dat je hier met gemak een week of 3 door kunt brengen. Alleen.. Wij nemen er 4 dagen voor.
Zoals wel vaker, doen we dingen hier op z’n Joyce-en-René’s. Dus als we een dagje fietsen huren, fietsen we ook niet een kinderachtig stukje door Beijing, maar gaan we naar het voormalige buitenverblijf van de Keizer, zo’n 12 km enkele reis. Dus als we onze eindbestemming verklappen aan de verhuurder, denkt-ie, dat-ie ons niet goed verstaan heeft. En opeens vertelt-ie dat, als we pech hebben, er overal fietsenmakers zijn. Kijk, dát geeft vertrouwen… Trouwens, even iets over stoplichten in Beijing. Kijk, voor ons is ´t simpel: rood is stoppen, oranje is veel gas geven, en groen is doorrijden. In Beijing ligt dat anders. In Beijing zou ik liever de term ‘richtlijn’ gebruiken voor de stoplichten. Want groen is prima (gas!!!!), oranje kennen ze niet, en rood licht? Ach, als je geen zin hebt om te stoppen, dan doe je dat toch niet. Hoef denk ik niet uit te leggen dat we de eerste dag nog al ‘ns moesten rennen op onze slippertjes, ondanks het groene stoplicht…
Maar we zijn er gekomen. En ja, dat buitenverblijf (‘Summer Place’) doet ons tuintje aan de Ploegstraat toch een beetje verbleken: 8 km2, een door 100.000 man uitgediept meer, schitterende tempels in Chinese stijl, een volledig marmeren boot, en ga zo maar door.
Grappig trouwens, die verschillen in toeristen. Daar waar wij op ons gemak ergens naar kijken, fotootje nemen (Joyce: “Ah, René, nog héél even blijven staan daar”. René: “Komt goed, ik schiet toch al wortel hier!”), doen de grote groepen Chinese toeristen dat toch héél anders: als een zwerm sprinkhanen op een maïsveld komen ze bij een bezienswaardigheid, vestigen het wereldrecord ‘de meeste foto’s in één milliseconde’, en gaan rennend (ja, letterlijk!!!!) achter de Mister Guide aan naar de volgende bezienswaardigheid. Da’s dus geen vakantie, maar dwangarbeid.
Ook de Verboden Stad hebben we bezocht, daar waar tot 1912 de Keizer van China hof hield. Vroeger, als je als gewone sterveling (zonder uitnodiging) de Verboden Stad kwam, kostte je dat onmiddellijk je leven. Nu is dat ongeveer € 7.50. Nog steeds aardig aan de prijs, maar valt, historisch gezien, best wel mee, toch? Ongelooflijk, wat een immens complex!! Moeilijk te verbeelden hoe het in die tijd moet zijn geweest, maar wat een indrukwekkend complex. Tempels, beelden, een schitterende paleistuin, dan valt Paleis Noordeinde nog best wel mee. De film ‘The Last Emperor’ is verplichte kost voor René en Joyce als we straks terug zijn.
En ja, die Muur. De Chinese Muur. O, o, o. Zonder enige twijfel het meest indrukwekkende bouwwerk dat we ooit gezien hebben. Groot, nee immens, goed doordacht, deels origineel, en deels gerestaureerd, en zoveel meer dan de foto’s die je ervan ziet. Door duizenden mannen gebouwd, over periode van (ongeveer) 1500 jaar, in onherbergzaam gebied. Echt een kippenvel-beleving. Het was de reis (110km enkele reis) meer dan waard! En wat hebben we ervan genoten! Het gebied is fantastisch mooi, en je vraagt je af hoe het geweest moet zijn om in die tijd als militair / huurling op die muur te hebben gestaan, kijkend naar het noorden, naar Mongolië, daar waar de dreiging vandaan kwam.
Alles bij elkaar hebben we er een uurtje of 4 overheen gewandeld (overigens geen meter vlak, en met hellingen minder dan 10% deden ze in die tijd echt geen zaken), dus het was een dagje zweten voor het duo uit het vlakke Nederland.
En dat mag ook wel, want het eten in China is werkelijk geweldig!!! En nee, nummer 65 met rijst, dat kennen ze hier niet. Gewoon een plaatje aanwijzen op het menu, en hopen dat het lekker is. En dat IS het. Of iets meenemen uit een van de vele stalletjes langs de straat. Lekker!!!!! Alleen, ze weten hier dus wel wat heet is. ’Sambal bij” is hier geen vraag, maar een opmerking. Grappig dat je van dat hete eten altijd twee keer plezier hebt. Was ik ff vergeten. Au.
De volgende halte is Shanghai en omgeving. Iets verder naar het zuiden. Overigens is dat ‘iets’ een relatief begrip, want we hebben het nog altijd over zo’n 1500 km. En daarna gaan we langzaam aan verder het landelijke, oude China in. De eerste woorden Chinees gaan me goed af, en gelukkig spreken ze in Shanghai een compleet ander dialect. Dus ‘Goedemorgen’ hier betekent misschien in Shanghai wel “Sodemieter op”. Houdt ‘t spannend, en ’t houdt je scherp. We volgen om die reden inmiddels een schriftelijke cursus kung fu.
Shanghai
Nog nooit een plek meegemaakt waar ´t verschil in temperatuur tussen dag en nacht zo klein is. 32°C overdag, en 28°C ´s nachts. En dat aan en relatieve luchtvochtigheid van zo´n 85%. Goeie uitvinding, die airco.
Shanghai is het toneel van de Wereldtentoonstelling 2010. Zijn we dus ook naartoe geweest. Bijna alle landen van wereld grijpen deze mogelijkheid aan om zich te presenteren op het internationale toneel.. Echt supergaaf. Maar wat is het verschrikkelijk druk!!! Rijen en rijen en rijen Chinezen, aan het wachten om bij de verschillende landen naar binnen te kunnen (later horen we bij het Nederlandse paviljoen (FRIETKRAAM!!!) dat het één van de rustigste dagen in maanden is… Mijn God).
Nog een paar dagen blijven we in deze regio, en daarna gaan we naar het zuiden van China, waar we eindelijk ‘ns iets van het Chinese platteland hopen te zien. Want die grote steden, da’s leuk, maar hebben we onderhand wel gezien…
Groeten!!!
Afscheid van Mongolië
05 sep. 2010
🇲🇳
vanuit Mongolië
In Ulan Bator staat de trein klaar voor een rit van ongeveer 1600 kilometer naar Beijing. De Chinese hoofdstad is het eindpunt van onze reis met de Transmongolië- express. Dit traject zal ons door de Gobi- woestijn leiden en als het mee zit een eerste blik op De Muur laten werpen.
Op het perron valt het ons op dat er veel meer toeristen zijn en de eerste Chinezen dienen zich aan, ze zijn inderdaad klein en praten géén chinees maar mandarijn.
In onze wagon zijn we de enige ’blanken“. Er heerst een totaal andere sfeer dan de eerste twee reizen in de trein, de chinezen zijn veel meer op zichzelf. Deuren van de coupes zijn gesloten en een gesprekje zit er al helemaal niet in. Bij ons in de coupe zit een lesbisch Mongools stelletje of misschien kan ik beter zeggen ligt. Tijd voor ons om mandarijn te leren en de komende weken uit te stippelen.
Als we Ulan Bator uit zijn rijden we de Gobi- woestijn in. De meest noordelijk gelegen woestijn ter wereld. Vanuit de trein zien we 10 uur lang niets anders dan kale en grauwe vlaktes. Soms stoppen we op troosteloze plekken, op een perronnetje ten midden van droge en onvruchtbare grond. Dit is dezelfde Gobi- woestijn waar we de afgelopen 8 dagen doorheen getrokken zijn, met als uitzondering dat we, al het moois deze woestijn te bieden heeft, gezien hebben.
De Gobi-woestijn
Het is alsof we ons in het wilde westen begeven. Al het uitgestrekte groen heeft plaats gemaakt voor uitgestrekte grauwe en dorre grond. Voor ons verraad een enorme stofwolk dat er leven in de woestijn is. Twee mannen op een moto-guzi zijn bezig om een kudde paarden naar het dorp te drijven. Aangezien de paarden met de hoofden aan elkaar gebonden zitten geeft dit wat moeilijke situaties. In het dorp aan gekomen vragen we ons voor de zoveelste keer af waarom hier in hemelsnaam mensen leven én hoe Toga dit nu weer gevonden heeft. Na iedere heuvel komt er weer zo’n zelfde heuvel, die heb je links, rechts, achter je en voor je… Als we hier rond dwalen verwonderen we ons over het feit dat er twee scholen zijn, perfect onderhouden en voorzien van een enorme speelplaats met toestellen voor de kleintjes, volleybal en basketbal velden voor deouderen. Er zijn wat winkeltjes en een ziekenhuis (alleen te herkennen aan het kleine rode kruis bij de voordeur). Het is een drukte van belang met kuddes paarden en mannen op moto- guzi 's. Als we verder lopen blijkt het dorp groter dan we dachten, voor de plaatselijke kroeg wordt een biertje gedronken, gepraat en gelachen (valt even stil als we voorbij komen…). Dit dorp is wel degelijk belangrijk. Hier wonen alle kinderen, vanuit de omgeving (lees; tot 3 dagen rijden) tijdens de schoolperiode. Mongoliërs vinden onderwijs héél belangrijk. Bijna iedere Mongoliër kan lezen en schrijven. En als er dan weer zo’n Mongool (inwoner van Mongolië) voorbij crost op zijn motor dan blijven we ons afvragen hoe ze de weg terug naar hun Ger vinden.
Als om 05.30 de wekker gaat springt iedereen uit bed. De zon komt zo op en wat is er mooier dan deze rode gloed te zien schitteren op de zandduinen recht voor ons. Toen we gisteren aan kwamen dacht ik eerst een fata morgana te zien (deze heb je toch in de woestijn?), ineens uit het niets, een strook mals groen gras, paarden en kamelen aan het grazen met op de achtergrond enorme witte zandduinen (Khongor Els). Tegen de avond als het minder warm is gaan we op onderzoek uit. Er blijkt een beekje te stromen, waar de locale kinderen dankbaar gebruik van maken. Nog leuker wordt het als René zich ermee gaat bemoeien!
Het is nu al warm! De zon begint zijn oranje gloed te verliezen en wordt langzaam aan geel. We zijn pas halverwege de duin en het wordt alleen nog maar steiler! Zittend op het zadel van de duin kunnen we geen woord uitbrengen, de tocht en het uitzicht benemen je letterlijk de adem.
In die dorre vlakte doemt er altijd wel weer iets indrukwekkends op, een enorme kloof met een uitgestrekt groen bergen landschap. Eén van de laatste leef gebieden van het sneeuwluipaard. Dit enorme groene natuurgebied (ik hoor je denken, sneeuwluipaard is wit, groen natuurgebied, klopt niet geheel) lees rustig verder, is ongeveer 7 maanden per jaar onder een dikke laag sneeuw bedekt en de kloof bijna 11 maanden per jaar onder een dikke laag ijs. Ik hoef niet uit te leggen welk maand niet.
Als je er eens goed over na denkt en om je heen kijkt dan zou ik hier inderdaad ook gaan wonen als ik een dinosaurus was, veel ruimte, maar dat is dan ook het enige dat ik kan bedenken. Als we het kleine museum (een Ger) in stappen liggen overal dinosaurus botten en hangen er foto’s van de plaats waar we nu zijn. De Engelsman Roy Andrews Chapman heeft hier in de jaren 20 binnen enkele weken duizenden dinosaurusbotten gevonden. Het gebied is geheel uitgegraven, de botten liggen in musea over de wereld en alles wat er achter is gebleven staat bekend als de Flaming Cliffs, een enorme partij rotsen, als de zon onder gaat kleuren ze nóg roder.
Als Zoda ons vertelt dat we naar een heel oud monniken klooster en een natuurlijke bron gaan begint iedereen al druk naar zijn zwembroek te zoeken. De hele dag in de VAN zitten we te fantaseren hoe lekker het zal zijn om te zwemmen, te wassen, af te koelen, schoon te voelen we kunnen niet wachten. Op de plaats van bestemming vraagt Chad nog of dat hij een lege waterfles mee moet nemen, zal vast lekker smaken, dat natuurlijke bronwater. Als we uitgestapt zijn vragen we ons af waarom er een groepje toeristen dáár op de berg en foto neemt, je kan beter wachten totdat je bij de bron ben, toch? Druk pratend lopen wij naar boven en zien niet dat Zoda en Toga zich bij de groep toeristen voegen. Boven op de berg aan gekomen kijken we eens rond en vragen ons af waar die bron nu is. Vanaf beneden roept Toga dat we naar beneden moeten komen, daar is de bron. Huh? Weer beneden heeft Toga een stok(je) in zijn hand met daaraan een omgebogen lepel, als we dichterbij komen zien we een klein gaatje in de rotsen… de bron!! De legende is dat je het water in je ogen moet sprenkelen, waarom? Heb geen idee, merk nog steeds geen verschil. Toga en Zoda komen werkelijk niet meer bij van het lachen, 1-0 voor de gids en de chauffeur! (wij ruimen de zwem spullen weer op).
Na deze 19 daagse onderbreking gaan we naar Beijing. Als we de felverlichte hangar in rijden weten we dat we bijna in China zijn, het onderstel van de trein moet vervangen worden. De rails in China is smaller dan in Mongolíë en Rusland. Hydraulische liften tillen de wagons met passagiers en al een paar meter de lucht in, de andere wielstellen worden eronder gereden en gemonteerd. Ondanks het geschud van voor naar achter, het geratel en de mini botsingen vallen we in slaap. Het eerste uizicht op de muur hebben we gemist, het slaapt zo lekker, dat lichte geschommel van de trein. Het begint tot ons door te dringen dat de Transmongolië- express er bijna opzit. We kunnen terug kijken op een bijzonder begin van de reis. De tijd tikt door tijdens het treinen maar wordt al snel onbelangrijk. Ochtend, middag, avond het maakt niet uit. Niets moet alles mag. Behalve de duizenden kilometers over het spoor reis je ook door de tijd, na Moskou gaat de klok nog 4 keer vooruit. Je raakt het tijdsbesef volledig kwijt. Het geeft een heel rustig en ontspannen gevoel. Je bent onderweg en al verroer je geen vin, leest 4 boeken uit of staart alleen maar naar buiten, ooit kom je op je bestemming aan.
Noord Mongoliè
01 sep. 2010
🇲🇳
vanuit Mongolië
0800 vertrekken of 0900 vertrekken? “Doe maar 0700” roept René. Uiteindelijk hebben we gekozen voor 0800 vertrekken. Het werd 0930, onze eerste kennismaking met het begrip Mongolische tijd. Als we de stad uit zijn vangen we voor het eerst een glimp op van het grote, uitgestrekte, groene en heuvelachtige Mongolië.
Hobbel, hobbel en klap een iets diepere kuil…. We verruilen het heerlijke, rechte, zachte en rustige asfalt voor modderige zandwegen vol met kuilen en diepe plassen. Pas 16 dagen en 5 uur later zullen we weer van dit geweldige fenomeen genieten.
Als we over de top heen komen is het uitzicht adembenemend, de heuvels zijn verruild voor bergen zover als dat we kunnen kijken. Voor ons ligt het dal met de eindbestemming voor vandaag, een monniken klooster. We vallen met onze neus in de boter. Het is er feest: een jaarlijks Boeddhistische festival is aan de gang! Overal staan gekleurde iglo tenten (deze zijn iets sneller en makkelijker te verplaatsen dan de Ger), Ger’s (witte ronden tenten, waar de Mongoliërs in leven) waar we eten en drinken kunnen kopen, Djengis Khan look a likes galopperen voorbij op hun paarden. Voor ons doemt het enorme klooster (Amarbayasgalant Khiid, jawel, succes met de talencursus…) op waar het een drukte van belang is. Zoda kijkt één van de monniken eens lief aan en hij is bereid om ons een rondleiding te geven, van alle deuren die gesloten zijn heeft hij een sleutel, opent ze voor ons en vertelt het verhaal van iedere tempel, iedere Boeddha en alle bijzondere gebeurtenissen. Tegen de avond kloppen we aan bij een klein houten huisje naast het klooster. De regen en de wind slaan nog steeds om onze oren en we beginnen het toch wel écht koud te krijgen. Tot ons grote genoegen en westerse verbazing wordt er ruimte voor ons gemaakt en vinden ook wij hier allemaal een slaapplaats, de haard knappert, de regen roffelt nog steeds op het dak en wij zijn druk bezig onze eerste Mongoolse worden te leren met iedereen die om ons heen is.
‘s Ochtends word ik wakker van gerommel, gestommel en de geur van rook…. Als ik één oog open, zie ik het oudste, kleinste en kromste vrouwtje ter wereld, ze zit op een klein wit krukje met haar mooie paars met oranje (traditionele) kleding en met haar oude kromme handen (zeg maar gerust gerimpelde kolenschoppen) maakt ze het vuur aan. Zodra het brand kijkt ze tevreden om zich heen, gaat dichter bij het vuur zitten en wacht rustig af op de dag die komen gaat.
Zo zullen we nog heel wat ochtenden wakker worden, de warmte van het vuur dat knappert, vroeg in de morgen aangemaakt door degene waar we te gast zijn…
Na een lange (gemiddeld 7 uur) dag rijden, waarin iedereen zich weleens afvraagt (sommige wat meer dan andere, de één ook wat harder dan de andere) waarom het ook alweer leuk was om in die mini VAN te zitten van links naar rechts en van boven naar beneden gegooid te worden, is er aan het einde altijd iets dat dit doet vergeten! Zoda stapt de VAN weer in en zegt dat het ook hier vol is, zucht… Maar we kunnen in de garage slapen, de garage (????) nou ja, we moeten toch ergens slapen. Eenmaal binnen komen we erachter dat het geen garage is zoals wij die kennen, maar één met kamers, stapelbedden en een openhaard in iedere kamer. Aha! Hier overnachten de Russische truckers als ze op doorreis zijn.
Het Khovsgol lake tegen de Russische/Siberische grens. Wijds uitzicht, dennenbomen, bergen, overal paarden, geiten, schapen en jaks aan het grazen. Het meer is onwijs groot, blauw en koud water, als je er naakt in rent, er moet toch gewassen worden(!) denk je alleen nog maar aan het feit hoe je er uit komt met bevroren ledematen. Schoon in de (warme) Ger aangekomen breekt het onweer los, geen wandeling naar de top vandaag.
René 1.90 meter lang, de gemiddelde Mongoolse man 1.65 meter lang…. Het gemiddelde Mongoolse paard, noemen wij een grote pony in Nederland. Het grootste paard dat er gevonden kan worden is helaas niet voor René, maar voor Chad. Die is weliswaar 25 centimeter korter dan René maar zeker 15 kilo zwaarder. Arm paard. Arme René. Na een tijdje zijn de paarden verdeeld en zijn we gereed om te gaan. Oftewel, wíj zijn gereed, het paard van René vindt van niet Als ik achterom kijk, zie ik het om hulp vragende gezicht van René. Als een echte Mongoolse krijger keer ik mijn paard, galoppeer terug en pak het extra touw dat aan het hoofdstel hangt. Ik geef mijn paard weer de sporen en met het paard van René achter me aan probeer ik de rest van de groep weer in te halen (dit tot zeer groot genoegen van de locale bevolking). De rit naar de top voert ons over heuvels begroeit met wilde bloemen, dicht bebost woud en steile stukken. Eenmaal op de top is het uitzicht adembenemend. Na de billen wat rust gegund te hebben is het tijd voor de weg terug. Na een hele koude nacht worden we wakker en zijn de bergen wit, WIT!! Het heeft gesneeuwd… Tijd om onze reis te vervolgen richting het White lake. De mooiste verhalen doen de ronde in de bus waarom het toch het White lake heet. Parelwitte stranden om het meer heen, omgeven door groene bergen vol met grazende paarden. Daar achter de horizon doemt het dan eindelijk op! Het White lake!
Het water is grijs, het waait zo hard dat de schuimkoppen op het water staan, de bergen zijn hoog en rotsachtig, sommige nog bedekt met sneeuw. Waar zijn die witte strandjes??? Waar is de zon??? Zoda en Toga komen niet meer bij van het lachen, Het wordt zo genoemd omdat het 9 maanden per jaar bedekt is onder een dikke laag ijs en sneeuw. WIE.. Heeft dat geweldige sprookje de wereld in geholpen! We worden begroet door de familie die het Ger- kamp (5 tenten) runnen, met heerlijk zelfgebakken zoet suikerbrood en milktea, deze milktea bestaat uit zwarte thee met jakmelk en wordt overal bij geserveerd. Nu snap ik dat je de behoefte voelt om het te proeven en je even in Mongolië te wanen, maar dat niet iedere kinderboerderij in Nederland een jak heeft staan begrijp ik ook. De oplossing: maak thee, laat het zakje er lang in hangen, gooi er melk bij totdat het ook de kleur van melk heeft. Om het af te maken gooi je er een eetlepel zout bij. Drink het gewoon iedere dag en je went aan de smaak, je gaat het zelfs lekker vinden!
Gedurende een dag trekken zoveel verschillende landschappen aan je voorbij (licht groen, donker groen er tussen in groen…). Groene heuvels afgewisseld met rotsachtige bergen. Valleien waar een beekje doorheen stroomt en de dieren staan te grazen in de schaduw van de bomen. Dit alles af en toe onderbroken door een enkele Ger, met een zonnecollector of een schotel. De mannen, in de mooiste gekleurde traditionele kleding blijven voorbij galopperen op hun paarden. Gezinnen komen voorbij op hun motoguzi, vader voorop, moeder achterop en maximaal twee kinderen er tussen in. Honderden jaks, geiten, schapen en paarden staan te grazen. Aan het einde van de dag bij elkaar gedreven door de rechtmatige eigenaar om bij de Ger de nacht door te brengen. De volgende dag weer gezamenlijk de bergen in gaand opzoek naar het groenste gras. Dan ineens in de middel of nowhere doemt er een dorp op, zonder enige reden om daar als dorp te zijn. Geen water in de buurt, geen belangrijk “kruispunt”, tussen hoge bergen en twee dagen rijden van het vorige dorpje. Waarom daar? Wat doen deze mensen om eten te kunnen kopen? Waar halen ze het vandaan? “ Ze hebben hun vee, een kleine winkel en ruilen wat ”, antwoord Zoda. The way of life in Mongolië.
Tijd om weer eens een dag op een paard te stappen en te genieten van hetgeen de natuur Mongolië 7000 jaar geleden met geweld gegeven heeft. Met de paarden door de bergen heen, rivier overstekend naar de top van de vulkaan. René begint er echt plezier in te krijgen… het enige wat we horen is choe, choe, choe.. (Mongools voor sneller, reageren de paarden op). Óf René spreekt het niet goed uit, óf dat paard begrijpt ook geen Mongools, er gebeurde vrij weinig… Eerlijkheid gebied te zeggen dat wel degelijk als échte krijgers door de bergen gegaloppeerd hebben en René voorop (als we dan eenmaal gingen dan deed René zijn paard graag wedstrijdje, die taal spreken ze dan wel weer samen).
Het begint aardig te stinken in die VAN. Allereerst kijken we onder de banken van wie die schoenen zijn, om er vervolgens achter te komen dat we het toch écht zelf zijn. Tijd voor een douche, op naar de Hot Springs. Waar heel veel warm water op ons wacht… heerlijk!!!! En nog een klein extra’tje voor René en Joyce, niet genoeg slaapplaatsen, wij offeren ons wel op om in die twee- persoons Ger te slapen!! Langzaam beginnen we aan al die luxe van dat stromende water te wennen, alleen was het de dag erop héél koud. Een waterval met een meer in de kloof, ontstaan door een aardbeving 4000 jaar geleden. Zeg maar gerust een klein paradijsje.
Genoeg weer van al die luxe, op naar de Gobi woestijn in het zuiden van Mongolië.