joycerene.reismee.nl

Het aller,aller,allerlaatste verhaal...

Maar mocht je het heel erg missen, we hebben nog genoeg verhalen en minimaal 4000 dia's...
Gezellig avondje uit toch??
Ook al staat er op onze site al een berichtje over onze thuiskomst, jullie hebben dit laatste reisverslag nog van ons tegoed!
Noord West Cambodja
Vanaf Battambang zijn we naar Sihanoukville gegaan, zeg maar het Scheveningen van Cambodja. Maar dan zonder de kuilengravende Duitsers. We besluiten op de scooter een geschikte plek te vinden om hier een paar dagen van het strand te genieten. Als we terug crossen weten we, op het laatste moment, een fuik van de lokale politie te ontwijken. Niet dat we iets fout doen, maar dat hoeft ook niet: toeristen op een scooter zijn voor de lokale politie een favoriete bron van neveninkomsten. Die gesprekken gaan dan ongeveer zo: 1) Politie (in het Engels): “Show me your international driving license!”. 2) Toerist: “I don’t have it, I did not know I had to have one”. 3) Politie-agent, ineens in het Cambodjaans: “Klopt, heb ik ook net verzonnen. Now give 5 dollar, but me no speak English.” Ach…
We hebben het enige betaalbare paradijsje in Sihanoukville gevonden. Het blijkt, tot onze verrassing, dat Bart en Larissa nog geen 150 km van ons vandaan, in Vietnam zitten. Na wat uitzoekwerk besluiten we om in Sihanoukville af te spreken, en met elkaar door Cambodja heen te trekken. Het weerzien is als vanouds, ouders erbij op de skype, de drukte is weer compleet! De eerste dag dat ze er zijn, doen we niet veel, aan het strand liggen, lezen, (te) gekke foto’s maken, bijkletsen en een heerlijk biertje bij de zonsondergang.
Waterratten als Joyce en Bart zijn, voelt de ’kouwe kant’ aan z’n water wat er de rest van de tijd samen gaat gebeuren. Water, water, duiken, water, van rotsen springen in het water, gekke dingen doen in het water, en ga zo maar door, in het water. Als we té lui worden besluiten we om door te gaan. Chi Pat, midden in de Cardamon Mountains, is onze volgende bestemming. Na een lange busreis weet een local ons te vertellen dat er geen boot meer gaat. Boten genoeg als we om ons heen kijken, het duurt dan ook niet heel lang voordat we bij een local in zijn bootje zitten. Klaar voor de komende tocht. We doen een trek, dwars door het natuurpark, (15km enkele reis) naar een WATERval. Wel grappig dat onze lokale gids ons niet gelooft als we zeggen dat we toch écht een waterslang hebben gezien, van zeker een dikke meter, in het meertje waar we al de hele dag zwemmen. Of hij begrijpt ons niet, dat kan ook. Hoe dan ook, na wat lomp gespring in het water is-ie (de slang, niet de gids) banger van ons dan wij van hem (of dan toch in ieder geval even bang…), en gaan we weer vrolijk verder met waar we gebleven waren: BOMMETJE!!!!
Onze laatste stop voor de grens met Thailand, waar onze wegen weer scheiden, is Krong Koh Kong. Een heerlijk tropisch eiland dat we zowaar voor ons alleen hebben. Met een cholesterolbolletje als bootsman (de boot hangt áárdig achterover) varen we naar het eiland. Ook hier doen we weer allerlei nuttige dingen, zoals stokvechten met bamboestokken van 12 meter lang, met zo’n zelfde stok fierljeppen, man-tegen-man- en vrouw-tegen-vrouw-gevechten, en verzin het allemaal maar. De laatste avond, met z’n vieren, gaan we bij een Cambodjaans restaurant van goeie vis genieten, en wisselen we tot laat ervaringen en sterk overdreven reisverhalen uit.

Als ik dit zo teruglees, en vergelijk met onze vorige reisverslagen, dat is dit verhaal toch net even anders. Minder ’echt reizen’, meer strand en lol. Komt natuurlijk deels doordat Bart en Laar er zijn, maar ook: het zit er bijna op, en hoe dichterbij dat moment komt, hoe meer we het gevoel delen dat het goed is zo. Na 5 maanden, 2 weken en 5 dagen van tas in- en uitpakken, met handen en voeten de weg vragen, mailen, rare dingen eten (misschien wel vaker dan we weten…), guesthouse zoeken, onderhandelen over de prijs van de taxirit, noodles, rijst, bier, en, tja, da’s ook reizen: armoede om ons heen, gaan we voor onze laatste week naar Thailand. We trakteren onszelf op een super-de-luxe resort op (weer) een tropisch eiland, jammer genoeg is deze héél toeristisch… We gaan een aantal dagen helemaal niks doen. Nah, ok, één dag duiken dan. Overigens ook geen straf hier. Verder laten we onze magen weer wennen aan de westerse keuken (kunnen we zelf beter), aan de westerse prijzen (dát doet dus pijn), en aan westerse lichamen op het strand (dik, wit, en vol met tatoe’s). Maar vooral gebruiken we deze dagen om eens goed alles de revue te laten passeren: de trein door Rusland, de schitterende lege valleien van Mongolië, het overweldigende China, de ruigheid, mensen en cultuur van Tibet, de prachtige bergen diversiteit van Nepal, de vochtige hete jungles van Maleisië, onze off-road ervaring in Laos, en tot slot het hete, stoffige Cambodja, helemaal op de weg terug na een afschuwelijk periode. Natuurlijk zijn er een aantal ‘hadden-we-maar’s, maar zoals Joyce het op een gegeven moment zo treffend zei; “Als je nooit reist, en nooit eens iets ‘anders’ doet, dan heb je geen ‘hadden-we-maar.” Amen.

En, niet te vergeten: jullie, die ons zo gevolgd hebben, en ons op de hoogte hebben gehouden van het wel en wee in NL, waar het leven echt geen 6 maanden heeft stilgestaan. We waren iedere keer weer benieuwd naar wie er weer op de site zouden staan, en met wat voor opmerkingen. Of het nou bewonderende opmerkingen waren over onze belevenissen hier, een kort berichtje dat iemand ons miste, volkómen nuttelloze feiten uit Klundert, een column van Youp van het Hek over Oud en Nieuw in Napoli,, het maakte niet uit, het was altijd heerlijk om te lezen en écht iets om naar uit te kijken!. En wat hebben we ervan genoten!

Vanaf ons schitterende strand bij een picture-perfect zonsondergang en een koud biertje (jaloezie toegestaan en terecht) bedanken we jullie voor de afgelopen 6 maanden. Door jullie berichtjes gaan we niet alleen maar met een ik-wil-niet-naar-huis gevoel hier weg (al heeft dat wel de overhand), maar kijken we er ook naar uit. Twee weken of zo, en dan komt waarschijnlijk weer dat gevoel: “Wanneer gaan we weer reizen?!”
Tot snel!!!!

Homecoming...

Aan alles komt een einde. 21 Januari zijn de 6 maanden van vrijheid voorbij! Dan stappen we in het vliegtuig om de 22e te landen in Nederland. Tijdens een skype gesprek ben ik erachter gekomen dat onze ouders deze terugkomst niet zomaar voorbij laten gaan! Heel Gaaf! 
Bij deze zijn jullie allemaal uitgenodigd om te komen ontbijten in Vlaardingen! Je bent welkom vanaf 0730... Ja, sorry! Ik denk dat wij er rond 0800 zullen zijn. Laat even weten, via de mail, of je mee komt eten: [email protected]  … Wij hopen jullie Zaterdag de 22e te zien!!
Mocht het niet uitkomen of echt té vroeg zijn op je vrije Zaterdag, prima. We hebben nog een paar dagen vrij voordat het echte (?) leven weer gaat beginnen, je bent altijd welkom! Laat even weten wanneer, dan doen we boodschappen. Laat je het niet weten, ook prima, maar neem dan boodschappen mee. 

Wij gaan nog even genieten! Mijn broer Bart en zijn vrouw Larissa zijn naar ons toe gekomen in Cambodja. De afgelopen twee dagen hebben we heerlijk op het strand gelegen, gezwommen, gegeten, bier gedronken en erg veel gelachen! De komende dagen trekken we met elkaar naar de grens van Thailand. 

Alvast bedankt voor alle mail van de afgelopen weken! We zijn aardig bijgepraat en de agenda’s staan alweer aardig vol! Deze mailtjes en betrokkenheid maakt het een heel stuk makkelijker om straks naar huis te gaan. We hebben veel om naar uit te kijken. 


Cambodja

Onderweg naar Kratie, onze bestemming voor vandaag, besluiten we om in de bus te blijven zitten en gelijk door te gaan naar Phnom Phen.
De eerste indrukken van (noord-oost) Cambodja zijn een mix tussen het binnenland van China, rijstvelden en bamboe, de uitgestrekte vlaktes van Afrika en de bergen in de verte van Laos. De hutjes zijn hier niet gevlochten maar allemaal van hout, staan ook op palen en de daken van riet of kleine dakpannen met een mooi houtsnijwerk bovenop. Ineens zie ik een grote witte pot op een kleine veranda staan. Ik denk gelijk aan een grote bloempot en zie hem al in onze tuin staan met paarse lavendel erin. Ineens zie ik die pot bij heel veel meer hutjes staan, hij zal vast een ander functie hebben, waterreservoir ofzo. Lekkere blanke westerling die ik ben!
Phnom Phen is een bruisende moderne stad. Grote gebouwen, veel mooie tempels, een boulevard en in het midden van de stad het indrukwekkende Royal Palace. Gele Hummers, dikke BMW’s en anders zeker wel een Lexus. Dit hadden we niet helemaal verwacht en we realiseren ons dat achter dit vele geld, veel meer, armoede schuil gaat. Als ik ’s ochtends vroeg naar het park dribbel, om samen met zeker 20 Cambodjanen, hard te lopen, zie ik de straat kinderen snel hun slaapspullen bij elkaar rapen, net voordat ze weggestuurd worden door de naderende agenten. Cambodja dat het toneel geweest is van een jaren durende burgeroorlog en het Pol Pot regime. De gruwelijkheden van de Khmer Rouge tijdens dit regime, proberen ze “levend’ te houden, de killingfields en S21 (beruchtste gevangenis), zijn ware museums en gedenk plaatsen geworden. De verhalen van heel veel individuen worden hier verteld door foto‘s, verhalen en films. Het doet geen recht, aan deze verschrikkelijke gruwelijkheden, om door mij op papier gezet te worden. Aan het einde van deze, indrukwekkende, dag, zijn we bijna vergeten dat het 31 Dec is. We besluiten om een restauranttocht te houden en lekker te eten en te drinken. Als het bijna 2400 is, loopt de hele stad uit naar de waterkant. Een aantal grote hotels trakteren ons, en nog 10000 anderen, op een half uurtje van het mooiste siervuurwerk. Echt waanzinnig! Welkom in 2011!! Zoals ze hier zeggen: “Good luck to you!”. Morgen ochtend vroeg is het tijd om naar Siem Reap te gaan.

Siem Reap: drie dagen zwoegen van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat, door de tempels van Angkor Wat. De zon op te zien komen en de jungle te horen ontwaken in het hart van Angkor Thom. De zon, die met het eerste ochtendlicht, de vele gezichten een bijzondere kleur geeft. ’S avonds de zon onder te zien gaan, vanaf de top van Pre Rup tempel, waar 1000 jaar geleden vele mensen woonden en deze zelfde zon achter de tempel zakte. Tussendoor zwoegend op de fiets door de warmte of heerlijk in de schaduw het verhaal van de volgende tempel, voorgelezen, krijgen. René heeft zich ontpopt tot een ware Angkor Wat expert en slavendrijver.

De bootreis naar Battambang schijnt een geweldige ervaring te zijn, volgens de Lonely planet. Oftewel René en Joyce met de boot naar Battambang… Als we op het dok aankomen is het één gonzende mierenhoop, veel grote rugzakken en krijsende Cambodjanen om hun waar te verkopen. Er liggen genoeg boten en we maken ons dan ook niet druk over het grote aantal mensen. Totdat we de boot in willen, vol! Maar volgens goed Aziatische gebruik is er nog wel plek op het dak. Prima, lekker om ons heen kijken. In het zonnetje, we vermaken ons wel. We varen over het Tonlé sap meer, kleine riviertjes en prachtige natuur. Zodra we een drijvend dorp naderen moet er altijd wel een local op de boot of spullen af. Voor de lokale kinderen is het één grote happening, ze staan te roepen en te zwaaien. Tegen de middag is het zo verschrikkelijk warm op het dak van die boot alles wat we kunnen vinden gaat aan en om, om ons maar enigszins te beschermen tegen de brandende zon. “Are we there yet??”.
De stad zelf heeft een paar mooie tempels en we besluiten om ze te gaan bekijken. Ook hebben we het idee om te proberen met een monnik te kletsen. We zijn wel benieuwd naar het hoe en wat. We hebben er één gevonden, een monnik die aardig Engels praat. En nog één! Deze praat goed Engels, maar kan het niet verstaan (of wil het niet verstaan). En nog één! Deze vertelt het zelfde als de vorige. En nog één! Deze wil geld. En nog één!! Deze heeft een heeeeel langggg betoog voor ons. En nog één!! AHHH… Waar is de uitgang? Laat die twee andere tempels maar zitten, we gaan naar het lokale zwembad, onze hersens hebben koeling nodig…
Omdat het toch de beste manier is om meer dan alleen de steden te zien, besluiten we om met een scooter het platteland en een aantal oude tempels (leven geen monniken meer…) in de omgeving te gaan bekijken. Overigens is platteland niet overdreven, kon Nederland zijn. De omgeving is geweldig mooi. Het komt in ons op, en dat is niet de eerste keer, dat de reis nog vele malen mooier is dan de bestemming. Onze buiken beginnen te protesteren, we hebben honger, maar zijn nog niet echt iets tegen gekomen om te eten. Als we bij een stalletje komen, vragen we naar rijst- of noedelsoep. Hebben ze niet. Maar er staan 4 grote schalen voor ons, verschillende vormen en kleuren “dingen” drijven in het rond. Dit is wat ze hebben. Ok, doe maar wat van die paarse, dat bruine en het witte…. We zouden jullie graag vertellen wát we gegeten hebben, maar eerlijk: géén idee.

De afgelopen tijd hebben we heel wat boeken gelezen en af en toe een klein gesprekje gehad met de lokale bevolking. Het doet ons met hele andere ogen kijken naar het land, naar de oude mensen (die er bijna niet zijn), de gehandicapten en de verminkten (bedelend) op straat. Iedere maand stappen nog 30 mensen op een mijn. Bewonderenswaardig zijn de grote glimlachen op ieders gezicht, het doorzettingsvermogen en de leergierigheid. Maar ja, zoals de Lonely Planet het zo treffend zegt: “The Cambodians have been to hell and back. “ Dan kan ik me voorstellen dat ze hun huidige situatie wat anders bekijken dan wij dat misschien doen. Food for thought…

Zuid Laos

De kerst is voorbij, laten we het zo stellen, de datums waarop kerst valt zijn voorbij. Het is voor ons niet meer geweest dan heel af en toe een verdwaald liedje. Wel hebben we deze dagen gebruikt om eens heerlijk vakantie te vieren. Geen wekker, niet in de bus, de boot of een tuk-tuk. Geen tassen in- en uit pakken. Heerlijk chillen, bestaat hier uit de hele dag in je hangmat liggen en uitkijken over de Mekong, op één van de 4000 eilanden. Het zuidelijkste puntje van Laos.
De zuidelijke 'Loop' (rondreis)
Onderweg naar Pakse, besluiten we toch maar om door te rijden. Pakse is het beginpunt van onze “Loop” door Zuid-Laos. De laagstaande zon brengt schitterde kleuren en schouwspellen in en rond de dorpen. De voorbereiding op het donker is in volle gang. Vuurtjes worden ontstoken, kinderen worden gewassen bij de waterput, midden in het dorp, mannen, vrouwen en kinderen komen terug van hun werk op het veld of met hout uit de jungle. Rijden in het donker in Laos is, zacht uitgedrukt, een uitdaging. Overdag loopt, fietst, rijd, parkeert en speelt iedereen al op de weg, maar dan zie je ze tenminste nog. ‘S avonds doen ze dat ook, zonder licht. Na deze rit hebben we dan ook besloten niet meer in het donker te rijden!
Het dorpje Tat Lo is heel rustig, klein en vernoemd naar één van de drie watervallen die het rijk is. De omgeving is prachtig, de jungle wordt omgeven door bergen, het water is kraakhelder en verkoelend. Na een mooie wandeling, waar René (tot grote vreugde van mij) met een nat pak van terug kwam (ik zei nog zo dat het glad was!!) besluiten we dat er genoeg bewogen is voor vandaag, een prima plek om een dagje te zwemmen en te lezen.
De volgende ochtend vroeg op pad naar Paxong, aan de rand van het Bolaven Plateau, wat bekend staat om zijn prachtige watervallen, koele klimaat en de koffie, ahh!! Daar zijn wij Nederlanders ook van. Samen met een Pols koppel (liften met ons mee) opzoek naar een koffie plantage waar we koffie kunnen proeven, een rondleiding kunnen krijgen en natuurlijk heerlijke koffie voor thuis kunnen kopen. Na heel veel stof, vragen en verschillende routes geprobeerd te hebben geven we het op. Dan maar geen koffie. Waar blijven al die koffie bonen die langs de weg liggen te drogen, die in zakken gedaan worden, op handkarren en in kleine vrachtwagens geladen worden. Op de weg naar één van de hoogste watervallen zien we een man bezig met het branden van koffie, rechts van ons hangt een boord “Coffee”, handrem en proeven maar. Terwijl deze man “onze” koffiebonen verder brandt, verspreidt de heerlijke geur van verse koffie. Hij vertelt ons het proces van rode bes tot koffie. Het Engelse accent komt ons wel erg bekend voor, als ik vraag of hij ook Nederlands spreekt blijkt dit geen probleem te zijn. Toch weer die Nederlanders en hun koffie.
De watervallen zijn prachtig, aan het einde van de dag zien we een mooie zwemspot, kleren uit en plonzen. Wat zou het toch geweldig zijn om hier de nacht door te brengen, midden in de jungle, naast de rivier die 20 meter verder 30 meter naar beneden stort. René zijn gebeden worden verhoord, op de weg terug valt ons oog op een guesthouse. We zijn de enige gasten, er worden heerlijke Laotiaanse gerechten voor ons gekookt en de volgende ochtend rollen we zo het (koude) water weer in. Wat een leven!
Vandaag staat er 80 km offroad rit op het programma, als we de Lonely planet moeten geloven één van de mooiste ritten in zuid-Laos. Zover als we kunnen kijken zien we jungle, bergen, een strak blauwe lucht en onze rode stoffige weg doemt af en toe in de verte weer op. Heel af en toe passeren we een dorpje waar iedereen “sabaidee” (hallo) roept en zwaait totdat we uit het zicht zijn. De weg opzoek naar de zoveelste waterval, door een dicht stuk jungle, langs een kleine koffieplantage en nog kleinere hutjes. Het gelach van spelende kinderen vult de lucht, als we passeren en gedag zeggen staan ze ons met grote ogen aan te staren, niet in staat een woord te zeggen of een teen te verroeren. Waarschijnlijk nog nooit een blanke gezien, aan de staat van de kleine brug (paar takken), die naar de waterval toe leidt, te zien komt hier ook echt geen mens meer. Op de weg terug begeeft de brug het dan ook onder René zijn gewicht (zware botten…) afslaan en opstaan, heel goed René! Halverwege worden we staande gehouden door drie vrouwen met zeker zes kinderen rond hun benen. De vliegen cirkelen letterlijk rond hun hoofden, aan de geur en de viezigheid af te lezen zijn ze al een tijdje in de jungle. Met ons beste Laotiaans begrijpen we dat ze met ons mee willen én alle spullen die op de grond staan ook. Na een beetje stouwen en proppen hebben we een achterbak vol spullen, inclusief een zak vol met puppy’s en een achterbank vol met mensen. Ze tetteren een eind in de rondte en vinden het prima met z’n allen op de achterbank. Ik pak een zak snoep uit het dashboardkastje en deel uit, als ik die vieze handjes gretig mijn kant op zie komen en de gezichtjes op zie lichten, vraag ik me af wat voor egoïst ik ben. Ik pak er een paar voor ons zelf uit en geef de zak met snoep en de fles limonade naar de achterbank. De rest van de rit is het stil. Aangekomen op hun bestemming laden we alles weer uit er wordt druk gezwaaid en wij rijden weg. Je zou zoveel meer voor deze mensen willen doen, kleren of wat meer te eten. Realistisch gezien zal dit weinig nut hebben, één keer en wie voelt zich er beter door? Ik geloof dat deze mensen gelukkig zijn met wat ze hebben, ik denk namelijk dat ze het niet anders kennen. Misschien is het voor ons wel moeilijker te accepteren dat hun leven heel anders is dan dat van ons. Wij rijden daar door hun wereld met onze gehuurde auto, dure camera en slippers aan onze voeten. Is het schuldgevoel? Ik heb er geen antwoord op, maar het is wel weer één van die, realiseer wat je hebt, momenten. We bereiken Attapeu in het licht, zoeken snel een hostel en snellen ons naar de Mekong, biertje erbij en genieten van de zon die ondergaat en het lokale leven dat zich afspeelt op de Mekong.
De volgende dag zou ons naar de rand van een nationaal park moeten brengen. 150 km onder Pakse. Moeten brengen ja… De rivier waar we voor staan is breed, donkergroen van kleur (geen bodem te zien) en heeft een aardige stroming, als dit ons al niet ontmoedigd zou hebben dan zijn het wel de grote stenen/rotsblokken die het onmogelijk maken het water in te komen. Onderweg kwamen we twee Fransmannen tegen op de scooter, wilden even weten of ze nog op de goede weg zaten. Na onze plannen uitgelegd te hebben keken ze elkaar aan en schudden hun hoofd, “No chance!”. Eigenwijs als we zijn en het vooruitzicht de hele (onverharde, lees: veel kuilen) weg weer terug te moeten zijn we toch doorgereden. Daar staan we dan, brommers en mensen worden met de boot overgebracht, deze wateroversteek kunnen we echt niet met de auto maken. Omkeren maar…. De enige oplossing is de (bijna) hele “Loop” terug. Na een hele lange dag en veel kilometers zijn we terug naar Pakse, in het donker. We besluiten onderweg dat ons (auto) avontuur daar ook gaat stoppen. We leveren de auto twee dagen eerder in. Morgen gaan we even helemaal niets doen!
We zoeken een internet café, zetten onze kerstgroet op de site, drinken de hele dag heerlijke cappuccino’s en fruit shakes.

Voor één ieder die het niet weet, mijn broer en zijn vrouw zijn ook ergens op dit continent Azië en maken een reis van een jaar. Voordat ze weggingen heeft mijn broer het wel 100 keer gehad over tuben in Laos. Je gaat in een binnenband zitten, pakt een biertje en laat de stroom je meevoeren, onderweg genoeg mogelijkheden om je biertje te verversen. Dé place to be, Vang Vieng, hier zijn we om precies te zijn 1 uur geweest en daarna vlug door. Little Loret de Mar, trok ons niet echt. Maar ja, we kunnen dus niet uit Laos weg zonder te Tuben. Gelukkig is dit fenomeen ook geland op de 4000 eilands.
Nou dat had het beter niet kunnen doen, dan hadden wij het gewoon in “little Loret de Mar” gedaan en misschien nog een beetje dronken geworden… Of tenminste niet, liggend op onze buik, tegen de stroom in hoeven peddelen, twee uur lang. Tot eindelijk de boot ons kwam verlossen van deze geweldige ervaring, aan het gelach van alle locals te beoordelen dan!

Morgen naar Cambodja!

Kerstwens uit Laos!

Om ons weer 'even' in levende lijve te zien!!!

http://www.youtube.com/watch?v=IFGg53ASWsY

Laos

Tja, René maar weer ‘ns aan ‘t apparaat. Joyce is weer duizenden KIP’s aan het uitgeven op de lokale markt, en ik had daar echt even de kracht niet voor. (10000 KIP = 1 euro, dus schade valt mee. Dit keer…)
Het begin van het einde… Zucht, traan, jank, huil. De laatste 6 weken van onze reis brengen we door in Zuidoost Azië, te weten Laos, Cambodja, en Vietnam. Waar precies, dat weten we nog niet. Wat we wél weten, nu meer dan ooit: TIJD BIJ!!!!!!!!!! Too much to see in too little time. Maar goed, nog ‘even’ genieten van al het moois dat deze regio ons te bieden heeft. En aangezien het openbaar vervoer hier nou niet je van het is (Is goed geregeld, maar neemt veel tijd in beslag), besluiten we weer om een auto te huren. En dit keer geen hondenhok op wielen, maar een kick-ass 4X4! Niet omdat het milieu ons niet interesseert (integendeel), maar omdat je die hier gewoon keihard nodig hebt, zeker in de regio waar wij naartoe willen. De eerste dag zijn we al gelijk goed aan de beurt met een aardige ritje van dik 10 uur. En dat voor 400km. Dat belooft wat… Zoals ik al zei: TIJD BIJ!!!!!!
Zowel Vientiane als Luang Prabang zijn heerlijke postkoloniale steden, waar de Franse aanwezigheid van toen (tot plm 1955) prima hand in hand gaat met schitterende buddhistische tempels. De laidback sfeer in deze stadjes maakt dat we met name uit Luang Prabang maar moeilijk weg kunnen (genietend van ons FRANSE!! Stokbroodje, zitten we de hele middag te kijken hoe de marktkooplui hun kramen opbouwen, hoe hun kinderen, achter de kramen, zich vermaken met een stuk bamboe en een krat en ondervinden we de gedrevenheid van de marktkooplui. Wél kijken niet kopen (ook al past het niet) wekt een woede en frustratie op, waar we hard van gaan fietsen. Op naar het nationaal museum). Had ik al gezegd TIJD BIJ!!!!!? In zowel Vientiane als Luang Prabang zien we de Mekong, de rivier die de rode draad zal zijn voor het grootste deel van onze reis hier. Daar waar Vientiane in de jaren 60 en 70 wemelde van CIA- en KGB-personeel, hebben vooral de toeristen het nu voor het zeggen. Oei, moeten we wel weer aan wennen. Zoveel toeristen hebben we in geen tijden gezien. Doet niks af aan Vientiane, trouwens. Heerlijk rustig stadje, met een schat aan mooie Buddha-tempels, heerlijk eten, en leuke hosteltjes. Maar, gebiedt de eerlijkheid te zeggen, na alle gemakken hebben we ook wel weer zin om de echte backwaters van Laos te ontdekken in onze pick-up. Dat houdt trouwens wél in dat jullie de komende maand het abonnement met jullie internet-provider op kunnen zeggen, want heel veel internet verwachten we niet tegen te komen daar…

Terwijl ik hier op het balkonnetje van onze kamer over een avonds Luang Prabang deels zit te dromen, en deels dit verhaal zit te schrijven, ga ik me steeds meer, meer dan tevoren realiseren wat een onvoorstelbaar heerlijk leven dit is. Gaan en staan waar je wilt, en je vooral nergens druk over maken. Dit is een fantastische ervaring, een ervaring waar we nog lang, vaak, en met verlangen aan terug gaan denken. Maar goed, da’s voor later, nu eerst nog reizen, genieten, zien leren, ervaren.

Oh, en Joyce wil ook nog wat zeggen. Wat zeg je, lieffie? Oh, ik hoor het al. Jullie ook?
“TIJD BIJ”!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

De wekker staat heel vroeg, we (ik vooral) willen de monniken aanschouwen in hun ochtendritueel. Als ik wakker wordt en de regen tegen de ruiten hoor slaan kruip ik nog maar eens lekker tegen René aan. Zwakkeling! Maar het blijft toch een beetje vakantie.
Met dit weer valt er niet veel meer te beleven in Luang Prabang en we besluiten om vroeg op pad te gaan, richting Phonsavan, in het oosten/midden van Laos. De haarspeld bochten zijn zo scherp dat het gemiddelde tempo op 30 km in het uur ligt. Kunnen we wel lekker om ons heen kijken, jammer dat het uitzicht het af laat weten. Het berggebied waar we doorheen rijden is gehuld in een dikke mist.
Phonsavan, hier zien we voor het eerst de gevolgen van de oorlog in Vietnam, die zich ook uitstrekken tot Laos (en Cambodja). Het hele gebied ligt vol onontplofte munitie. Bommen, mijnen en wrakken. Een Britse organisatie doet al jaren goed werk hier, maar in het huidige tempo zal pas over 100 jaar dit gebied vrij zijn van explosieven. Grappig is wel om te zien hoe de locals hiermee omgaan. Overal (met name in toeristische plekken) zijn restanten van wapens gebruikt om de boel ‘op te leuken’, en afgeworpen brandstoftanks van Amerikaanse vliegtuigen zijn open gezaagd, buitenboord motor erachter en je hebt een boot, de zogeheten Bomb boots. Bewonderenswaardig, hoe mensen hier op zo’n manier aan deze situatie toch een nuttige draai geven.
Als de wekker om 0600 gaat, springen we uit bed en staan we te trappelen voor de dag die komen gaat!! Gisteravond hebben we onze “off the beaten track” route uitgestippeld we gaan verder naar het midden, Paksan. We hebben er zin in. En voelen ons zeer avontuurlijk. Als we geweten hadden wat voor een dag ons te wachten stond, zouden we waarschijnlijk in bed gebleven zijn…
Na een snel bezoek aan de Plain of Jars verruilen we het asfalt voor jungle, grind, zand, stof, kuilen en grotere en diepere kuilen. De prachtigste uitzichten en het lokale leven trekken aan ons voorbij. Om er zeker van te zijn dat we goed zitten vragen we een aantal keer de weg… Na 2 uur wordt de weg slechter dan hij al was, de jungle wordt dichter en dorpen komen al helemaal niet meer voor. We krijgen een voorgevoel en als er achter ons een auto opdoemt houden we ze aan, om ons er van te verzekeren dat we écht goed zitten. Gelukkig spreken deze mannen aardig Engels, met als gevolg dat wij 2 uur terug rijden en bij ons beginpunt, van die ochtend, een andere zandweg inslaan om nogmaals aan de 160 KM te beginnen. Soms zit het niet hélemaal mee. Na een paar uur hobbelen en stuiteren staan we voor een redelijk tot zeer brede rivier. Als ik tot aan mijn onderbroek in het water sta, waar ik me net staande kan houden door de stroming, begin ik me af te vragen of deze “off the beaten track” onderneming hier eindigt. Gelukkig zijn de Laotianen zeer behulpzaam, na een tijdje heeft zich een groep mannen aan de andere kant van de oever verzameld en roepen en wijzen ze om het hardst welke route we, door de rivier, moeten nemen. Ik stap weer het water in om te kijken of het écht wel te doen is, de stroom is me te sterk en ik draai me toch maar weer om. Ahh… en nu?? René geeft een dot gas en we rijden de rivier in, na een paar spannende minuten staan we, met een licht verhoogde hartslag, op de andere oever. De Laotianen kunnen hun geluk niet op, ik vraag me toch af of deze doorwading wel vaker genomen wordt of dat er ergens nog een sluiproute is. Na nog een paar uur stuiteren, hobbelen en doorwaden begint het donker te worden. De zon die ondergaat in de jungle, de lucht wordt geel, rood, oranje en de mist trekt het dal in. Waanzinnig mooi gevoel! Ondertussen is het donker, zijn we er nog niet, de motorkap zit los en wat metertjes op het dashboard staan op nul of heel laag. Soms zit het niet helemaal mee..
Na een goede nacht trekken we ons plan (Europcar bellen en een garage zoeken), tanken en gaan we weer op pad. We houden het bij de verharde wegen, voor het geval de auto uit elkaar valt.

In Ban Khoun Kham (zou je op de kaart op kunnen zoeken), vinden we een telefoon (onze doet het niet), een slaapplaats en een Land Rover dealer?! Alles komt goed! De omgeving is hier (wéér) heel waanzinnig, hoge limestone bergen domineren hier het uitzicht en herbergen grotten en kleine paradijsjes met watervallen en groene meren. We stappen in een drijvende boomstam en laten ons de grot in varen, de stalactieten en stalagmieten hebben hier hun werk gedaan. Aan het einde van de grot varen we een waar paradijs in. Op de oever doemt ineens een klein dorpje op, onze bootmannen worden helemaal enthousiast en meren de boomstam aan. De reden, een met vliegen bedekte in stukken geneden waterbuffel. We slaan de uitnodiging voor een BBQ af.
De nieuwe onderdelen voor de auto zijn vannacht met de bus aangekomen en een er vanochtend vroeg opgezet, als nieuw. We zijn er weer klaar voor! “Off the beaten trek”, we hebben onze route weer klaar, we spreken af iets rustiger te rijden, misschien voor behoud van materiaal niet een heel slecht plan en gaan op pad. Geen asfalt vandaag.

De weg leidt ons door een nationaal park, iedere pas die we overgaan trakteert ons weer op uitzichten over de ondoordringbare jungle van Laos. Langs de weg doemen, af en toe, dorpjes op. Gevlochten hutten op palen. Kinderen rennen in het rond achter de kippen en de varkens aan. Spelen, een soort, jeu de boules met hun slippers. Vrouwen zitten riet te vlechten, voor de daken, of op een krukje de baby de borst te geven. De wind waait aardig in de rondte en het stof beneemt af en toe het gehele zicht. Bomen, huisjes, kinderen en onze auto gaan aardig op in de oranje rode kleur van het stof. We vragen ons af hoe we zo bruin komen van alleen maar in de auto zitten. De eerst volgende wateroversteek verwennen we onszelf en de auto met een goede wasbeurt. Om zeker 10 minuten te kunnen genieten van dit heerlijke schone gevoel.

Vanmiddag een lange rit voor de boeg, meer dan 350 kilometer, heerlijk over de verharde weg. We verruilen het midden van Laos voor het zuiden.

Sabah en Sarawak

Maar… Sabah heeft natuurlijk veel en veel meer te bieden dan alleen goddelijk duiken. Wat wil je ook, op een eiland waar het, het hele jaar door tussen de 30 en 40 graden is, bomvol met beesten zit, en waar de ‘beschaving’ (bebouwing, wegen, auto’s, vervuiling, ontbossing) alleen nog maar geland is in de kuststreken. Na het duiken staat een bezoek aan de machtige Sungau Kinabatangan op onze wishlist. Deze grootste rivier van Sabah stroomt vanuit de binnenlanden van Maleisisch Borneo naar de kust, door een waar walhalla aan jungle. Echt mijn ding dus, waar wachten we nog op??!!
Nou, op een taxi. Trouw de Lonely Planet volgend laten we ons uit de bus zetten op een kruising waar het volgens de Lonely Planet (vanaf nu Lying Planet) wemelt van de taxi’s om je naar de rivier te brengen, zo’n 40 km verderop. Yeah right, misschien overdag, maar toch niet om 7 uur ‘s avonds. Staan we dan, all by our lonesome, terwijl het donker wordt en de onweersbui steeds dichterbij komt. Liften dan maar. Uit de eerste paar auto’s wordt alleen maar vrolijk teruggezwaaid naar onze opgestoken duim (Snappen ze ‘t nou niet, of lachen ze ons uit??!!), maar uiteindelijk stopt uitgerekend de kleinste auto die we in het afgelopen uur voorbij hebben zien komen, en kunnen we mee. Voorlopig niet meer zeuren over beperkte beenruimte in het vliegtuig, kan met m’n knieschijven achter m’n oren krabben. Na een enerverende rit - en een gezond stukje lomeru’n (lopen met rugzak) door de tropische avondlucht - komen we toch op onze bestemming aan. En kan de speurtocht naar de wilde Urang Utans beginnen. ‘s Ochtends en ‘s avonds met een boot de rivier op, op zoek naar apen, en dan bij voorkeur een Urang Utan. Veel hebben we gezien, makaken, neusapen (ook wel Dutch monkeys genoemd), maar lang blijft de Wild Man of the Jungle uit. Nadat we drie keer naar ‘iets bruins in de bomen’ zijn gevaren (en het dorre bladeren blijken te zijn…) heeft Joyce dan toch beet. Boven in een boom is een Urang Utan bezig zijn nest te maken, wat een fantastisch gezicht om onze verre voorouder hier in het wild te zien!!!!! Natuurlijk gaan we ze later ook nog bekijken in het rehabilitatiecentrum, maar hier, in het wild, da’s toch wel de kers op de appelmoes, voor de Van-der-Valk ingewijden onder ons.
Onze lodge is echt geweldig, we besluiten nog ’n dag langer te blijven dan gepland. Gewoon een simpele (maar wel grote) houten hut, met een uitzicht waar je u tegen zegt. Vanuit ons (heerlijke) bed kijken we zo de jungle in, echt fantastisch! Dit is genieten met een hoofdletter G!

Lang hebben we erover nagedacht, zullen we het doen, zullen we het niet doen, maar uiteindelijk gebeurt het toch: we gaan Mount Kinabalu beklimmen, de hoogste berg van Zuidoost Azië. Samen met een Engels stel, dat we ontmoeten in Kota Kinabalu, vallen we de berg aan. Over de beklimming doe je in totaal 2 dagen. Dat wil zeggen, 1 dag, en ‘n hele lange ochtend. De eerste dag gaat nog wel, is eigenlijk alleen maar domweg berg op klimmen. Is wel zwaar, maar te doen. Nee, viel best wel mee. ‘t Venijn zat ‘m in het laatste stuk. Om 0130 gaat de wekker, en na een vroeg ontbijt (of laat diner…) beginnen we aan de laatste 1800 hoogtemeters. Dat er best wel ‘sportieve stukken’ tussen zitten, blijkt wel uit ‘t feit dat er touwen hangen om je op sommige plekken de berg op te trekken. In het donker, in de wind (de beschutting van het bos hebben we al lang achter ons gelaten) klauteren we stap voor stap het graniet op. De laatste 100m naar de top zijn flink steil, maar gelukkig genoeg grote rotsblokken om veilig boven te komen. En daar sta je dan, te wachten op de zonsopkomst. Die nog zo’n 1 ½ uur op zich laat wachten.. En koud!!! Sta je verdorie bijna op de evenaar, waai je nog uit je jasje. Temperatuur rond het vriespunt, doe normaal!!!!
Als na 1 ½ uur rillen de zon zijn opwachting maakt, en we kunnen genieten van een ontwakend Borneo, is alles weer vergeten. Zo’n schitterende zonsopkomst hebben we nog nooit gezien!! De kou is weer vergeten, de spierpijn voelen we niet meer (klopt ook, die komt later pas…), en voor ‘t gemak vergeten we ook dat we nog ff naar beneden moeten.
O ja, de afdaling, helemaal vergeten. Moesten we ook nog doen. Iedere meter die we de afgelopen twee dagen geklommen zijn, moeten we nu ook weer af. 2200m in totaal. En ja, da’s een stuk vervelender dan klimmen. René krijgt serieus last van een overbelast humeur! Als eersten van de lichting van die dag komen we beneden, en gaan we terug naar ons hostel in Kota Kinabalu, waar we voor het laatst genieten verser dan verse vis, krabben, kreeften, en ga zo maar door. Morgen vliegen we naar Kuching, de hoofdstad van Sarawak, de zuidelijke provincie van Maleisisch Borneo. Op het vliegveld halen we onze auto op, en gaan we 5 dagen lang de wegen van Sarawak onveilig maken.
Hoewel niet zo mooi als Sabah, is ook Sarawak een schitterend stuk Borneo. WE hebben lang niet alles gezien hier, maar één ding wel: De irrawaddy-dolfijnen! Deze superzeldzame dolfijn soort komt op niet veel plekken in de wereld voor, maar wél in Sarawak. En we hebben ze gezien. ‘s Ochtends vroeg de boot in, 2 uur lang zonder iets te zien (nou ja, stuk of 4, 5 krokodillen daargelaten) over de riviermonding gezwalkt, hebben we toch geluk, 5 Irrawaddy’s, druk aan het jagen, presenteren zich aan ons. Wat een bijzondere dieren!! Je hoort ze snuiven als ze boven komen, en zie je de typerende, stompe snuiten van deze dieren. Gaaf om ze te zien.
De 8e nog een stopover bij Wil en Lia in Kuala Lumpur, ons thuis ver van huis, en op 9 december: next stop: Vientiane, Laos!! Yihaaaa!!!!!!

Noot van Joyce: (René is deze keer aan de schrijf geweest)
Iedereen weer bedankt voor alle gave reacties op de site! Onvoorstelbaar voor ons, de kou, de sneeuw en de kilometers lange files. Met name deze keer een dikke kus aan mijn oud collega’s!!!! Ik zie dat jullie ons volgen en af en toe wat schrijven, TOP!!!!! Groeten in Weert!!!! En vrienden, ook in den verre landen, gegroet terug!!!

Scooter, stinkvoeten, witte zandstranden en haaien.

Georgetown een stad op pulau (het eiland) Penang, niet zonder reden op de wereld erfgoed lijst. En wat is er leuker dan het eiland en de stad te verkennen bij René achter op de scooter…
Vroeg in de ochtend stoppen we onze hoofden in geweldige “pot” helmen en gaan op pad. Ik achterop, kaartlezend, René alle mogelijke moeite doend om links te blijven rijden en alles precies andersom te doen dan bij ons, is het een hele onderneming om de stad uit komen. Na wat rond rijden geef ik het op (die kaarten in de lonely planet zijn niet de beste… nee, is niet omdat ik een vrouw ben!). Het is een stuk makkelijker om aan, de links en rechts voorbij razende, mede-scooteraars de weg te vragen. Als we eenmaal de stad uit zijn is het, zelfs voor mij, heel makkelijk om de weg te vinden. De (enige) weg om het eiland heen voert ons langs prachtige witte zandstanden met palmbomen, over de enige berg op het eiland, langs regenwoud en de uitgestrekte landerijen met palmbomen, voor de palmolie industrie. Iedere bocht die we uitkomen heeft weer een geweldig uitzicht in petto. De kleine dorpjes, met de vrolijke mensen, iedereen zwaait naar ons en roept gedag. Om onze kont wat rust te gunnen lassen we een kleine wandeling in de jungle in. Onze tocht lijd naar een klein zandstrand, aan de rand van het eiland, monkey beach. Voor de weg terug charteren we een bootje, lean back! Naarmate de dag vordert heeft René de gashendel gevonden en trekt menige local eruit, zelfs bergje op. Met ons stoerste gezicht, onder de pothelm, rijden we door de stad heen, al wijzend naar de gebouwen en druk pratend. René heeft af en toe zelfs tijd om andere te laten zien hoe snel onze scooter is. Als hij roept,”hou je vast”, dan weet ik genoeg. Ik klem me stevig vast voor komende straatrace. “Want we gaan vallen!!”, nog net op tijd kan hij een voet aan de grond zetten. We schuiven de pothelmen verder voor onze ogen en verlaten rustig de drukke boulevard.

Na Penang gaan we terug naar Kuala Lumpur, omdat we de volgende dag naar Sabah vliegen voor een schitterend duikavontuur. Van moeras en jungle naar duiken, dat is een erg grote overstap.... Dus besluiten we om in Kuala Lumpur een voorschot te nemen op de onderwaterwereld die op ons wacht. We gaan ons op laten eten, door vissen. Jawel! In veruit het meest indrukwekkende winkelcentrum dat we ooit gezien hebben. 9 verdiepingen, inclusief een indoor achtbaan.... Een indoor achtbaan! Dat is nog eens wat anders dan dat rotautootje voor de deur van de Albert Heijn, waar je moeder gek van werd omdat je altijd zeurde dat je erin wilde.
Hier kun je namelijk ook je voeten in een aquarium duwen waar één bepaald soort visje in rondzwemt. Deze visjes vinden niks lekkerder dan het dode eelt van je voeten en handen te knabbelen Uhuh, tot dat ze die van René proeven, maar nee, de schaamte voorbij, ook de voeten van René kunnen de goedkeuring van deze mini-Piranha’s wegdragen en ook zijn voeten worden ontdaan van de stinkende eeltlaag. Als René na 45 minuten terug is op schoenmaat 39, besluiten we dat de visjes voldoende gematst zijn, en gaan we zelf een hapje eten.

Vanuit het vliegtuig zien we de hoogste berg van zuid-oost Azië, Mount Kinabalu (het begint te kriebelen, misschien dat we naar de top gaan). De kustlijn strekt zich voor ons uit, nog even en we liggen in het water! 5 dagen in een duikresort op het eiland Mabul. Voordat onze boot vertrekt, hebben we nog een paar uurtjes in Semporna, rustig aanpassend aan de drukkende warmte lopen we door het dorpje. Om ons heen is er niets anders dan het lokale leven, fruitstalletjes, struinend over de vismarkt krijgen we een klein voorproefje op de kleurrijke vissen. Op de steiger is het een drukte van belang; de bootjes varen af en aan met vis, locals en zakken met eten. We ploffen neer en zitten te genieten op de stijger. Na een tijdje zijn we omringd door locals, wordt er veel en hard gelagen en krijgen we de meest uiteenlopende verhalen te horen. Bijna jammer om naar ons eiland en duikavontuur te varen!
Na de laatste duik, op de eerste dag, klimmen we op de boot en kijken elkaar tevreden aan. De afgelopen drie duiken ging niets vanzelf, maar onze duik-skills zijn weer helemaal terug! De onderwaterwereld is schitterend, schilpadden van 1 ½ meter, koraal in alle maten en kleuren en de meest vreemd uitgedoste en kleurrijke vissen en andere schepsels. Terug aan land haasten we ons naar het duikbord, Yoehoe! Morgen duiken in Sipadan, Jacques Cousteau himself vond dit toch wel een hele bijzondere plek op aarde. Als we wakker worden is het nog donker, de donder en de bliksem volgen elkaar razendsnel op, hopen dat de zee nog wat extra’s kan gebruiken. Wat vandaag valt, valt morgen niet en we vallen weer in slaap. Maar wat al de hele nacht uit de hemel komt zetten, zet de volgende dag voort. Een heel klein beetje teleurgesteld maar vol verwachting stappen we in de boot, op naar Sipadan. Of de zon de kleuren, onderwater, nou mooier maakt of niet, hier maakt het geloof ik niets uit. Jacques had gelijk, wat een plek! Als links van me de eerste HAAI, zo groot als René voorbij komt, kijkt René me even onderzoekend aan (ingewijden weten dat ik niet zo van de haaien ben), er komt maar één gevoel naar boven, wat geweldig!!! Alle andere haaien die volgen blijven indrukwekkend en eigenlijk een klein beetjemysterieus. Schildpadden, barracuda’s, inktvissen, steenvissen, krokodilvissen, leeuw vissen én Nemo, alles zwemt er. Lekker belangrijk die regen!
We zoeven in hoge snelheid door de lichtblauwe zee heen, dromerig staren we allebei naar het water, misschien dat we nog een laatste glimp van een schildpad vangen, voor we de jungle van Borneo in gaan.
Sukau en Billit liggen in het zuid-oosten van Borneo, één van de weinige plekken waar niet alle jungle plaats heeft moeten maken voor de palmolie industrie. Één van de twee plekken op aarde waar de Urang-Utan nog in het wild leeft. Door de jungle loopt de Kinabatangan rivier. De beste plek om wildlife te spotten is vroeg in de ochtend en tegen zonsondergang vanuit een boot. We kunnen niet wachten! Zou echt geweldig zijn om deze “wildman of the jungle” in het echt én in het wild te zien.